beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummers: 000041-18 (89 Sv) en 000040-18 (591a Sv) parketnummer in eerste aanleg: 13/676963-12 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2017 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. A.S. van der Biezen, [adres]. 1Inhoud van het verzoekschrift Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer tot een bedrag van € 6.930,00 ter zake van ondergane voorlopige hechtenis; € 126.724,17 aan materiële schade en € 12.500,00 ter zake van loon-/inkomstenderving. Daarnaast heeft verzoeker verzocht een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv toe te kennen ter zake van: kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 9.234,72; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00. De rechtbank heeft aan verzoeker toegewezen in verband met het verzoek ingevolge artikel 89 Sv een bedrag van € 980,- en in verband met het verzoek ingevolge artikel 591a Sv een bedrag van € 9.234,72 voor de kosten van de raadsman, alsmede een vergoeding van € 550,- voor de kosten van het opstellen indienen en behandelen van het verzoekschrift in eerste aanleg. 2Procesverloop Het hoger beroep is op 9 oktober 2017 ingesteld door verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 9 maart 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet verschenen. 3Beoordeling van het hoger beroep Het hoger beroep is tijdig ingesteld. Het inleidende verzoek is tijdig ingediend. De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Appellant is op 10 december 2012 in verzekering gesteld op verdenking van - kort gezegd - overtreding van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. Vervolgens is op 13 december 2012 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Appellant is op 21 december 2012 in vrijheid gesteld. Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De forfaitaire bedragen ter vergoeding van schade door preventieve detentie, indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, zoals die in de LOVS-afspraken zijn opgenomen, betreffen zowel een vergoeding voor materiële als voor immateriële schade. In bijzondere gevallen en voor zover die gesteld en deugdelijk onderbouwd zijn, kunnen hogere bedragen worden toegekend. Appellant heeft onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.