afdeling strafrecht parketnummer: 23-000118-17 datum uitspraak: 30 maart 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 december 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-674143-13 tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2017 en 16 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1primair:hij op of omstreeks 16 juli 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorvoertuig, te weten een personenauto (merk/type/kleur: Fiat/Punto/grijs) (kenteken: [kenteken]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer], werkzaam bij de politie, van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet één of meer stopteken(s), gegeven door voornoemde [slachtoffer], heeft genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas heeft (bij)gegeven, althans niet zijn snelheid heeft verminderd, en/of (met hoge snelheid) (recht) op voornoemde [slachtoffer] is afgereden, waardoor voornoemde Van der Waal zichzelf en/of haar fiets naar achteren moest trekken en/of naar achteren moest gaan, teneinde een aanrijding met het voornoemde door verdachte bestuurde motorvoertuig te voorkomen. 1subsidiair:hij op of omstreeks 16 juli 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer], werkzaam bij de politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een motorvoertuig, te weten een personenauto (merk/type/kleur: Fiat/Puno/grijs) (kenteken: [kenteken]) één of meer stopteken(s), gegeven door voornoemde [slachtoffer], genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas (bij)gegeven, althans niet zijn snelheid verminderd, en/of (met hoge snelheid) (recht) op voornoemde [slachtoffer] is afgereden, waardoor voornoemde Van der Waal zichzelf en/of haar fiets naar achteren moest trekken en/of naar achteren moest gaan, teneinde een aanrijding met het voornoemde door verdachte bestuurde motorvoertuig te voorkomen. 2: hij op of omstreeks 16 juli 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, te weten op de Burgemeester van Tienhovengracht, als bestuurder van een motorvoertuig, te weten een personenauto (merk/type/kleur: Fiat/Punto/grijs) (kenteken: [kenteken]) van die categorie of categorieën heeft bestuurd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde en heeft daartoe, kort gezegd, het volgende aangevoerd. De aangeefster heeft verklaard dat zij midden op de weg stond en dat zij moest wegspringen om de verdachte, met hoge snelheid rijdend in een auto, te ontwijken. Verschillende getuigen hebben verklaard dat de verdachte ter plaatse met aanzienlijke snelheid reed. De verdachte had de aangeefster moeten zien staan. Bovendien is de verdachte verderop uit de auto gestapt en gevlucht, hetgeen een indicatie ervoor vormt dat de verdachte zich bewust was van het feit dat hij meer op zijn kerfstok had dan alleen het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Vooropgesteld zij dat de verdachte van meet af aan heeft ontkend dat er iemand op de weg stond toen hij daar reed. De aangeefster, werkzaam als surveillant bij de politie Amsterdam, heeft daarentegen verklaard dat zij midden op de weg stond toen zij de verdachte een stopteken gaf. Zij had op dat moment oogcontact met de verdachte, maar deze reed door, waarop de aangeefster – na een waarschuwing van haar collega [naam] – struikelend naar achteren is gegaan. Als zij dat niet zou hebben gedaan, zou de bestuurder haar vol hebben aangereden. De verklaring van de aangeefster zou deels steun kunnen vinden in de verklaring van getuige [naam] die deze drie jaar na het incident bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, inhoudende dat de aangeefster een stuk de weg was opgelopen en aan de verdachte een stopteken heeft gegeven. In zijn proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2013, dus kort na het voorval, heeft hij echter over het geven van een stopteken door de aangeefster aan de verdachte niets gerelateerd en heeft hij slechts opgetekend dat hij haar op de hoofdrijbaan zag praten met een buurtbewoner. Daarbij merkt het hof op dat uit de verklaring van [naam] bij de rechter-commissaris blijkt dat hij zich niet meer alles goed kon herinneren. Het hof kent mede gelet op het tijdsverloop minder gewicht toe aan deze verklaring bij de rechter-commissaris en gaat uit van hetgeen [naam] in genoemd proces-verbaal heeft opgetekend. Nu overigens de lezing van de aangeefster geen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, brengt het voorgaande mee dat haar verklaring, inhoudende dat zij midden op de weg stond, de verdachte een stopteken gaf en toen met hem oogcontact had, op zich staat. Daar komt bij dat de verklaring met enige behoedzaamheid moet worden gebezigd, nu het hof er zonder meer van uitgaat dat er zich ter plaatse op 16 juli 2013 een situatie heeft voorgedaan die op de aangeefster indruk heeft gemaakt. Voldoende staat immers vast dat de verdachte toen en daar met aanmerkelijke snelheid heeft gereden, mogelijk op de aangeefster af, maar in ieder geval op korte afstand langs haar heen. Een dergelijke ervaring kan invloed hebben op de (betrouwbaarheid van de) waarnemingen van in casu de aangeefster. Het voorgaande brengt mee dat het hof niet met voldoende mate van zekerheid kan vaststellen waar de aangeefster zich precies op de weg bevond en (dus) dat de verdachte de aangeefster heeft gezien of dat het niet anders kan dan dat hij haar heeft gezien. Aangezien een dergelijke vaststelling wel noodzakelijk is voor bewezenverklaring van hetgeen de verdachte onder 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, is het hof, met de raadsvrouw, van oordeel dat de verdachte van deze feiten moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 16 juli 2013 te Amsterdam, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs was afgegeven, op de weg, te weten op de Burgemeester van Tienhovengracht, als bestuurder van een motorvoertuig, te weten een personenauto (Fiat Punto, kenteken: [kenteken]) heeft bestuurd. Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.