beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.168.115/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 18 april 2018 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] , gevestigd te [....] , VERZOEKSTER, advocaten: mrs. H.P. Plas en C.R. Huiskes, beiden kantoorhoudende te Enschede, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ESHUIS HOLDING B.V., gevestigd te Dalfsen, VERWEERSTER, niet verschenen, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PERSPEKTIEF B.V., gevestigd te Dalfsen, BELANGHEBBENDE, advocaten: mrs. P. Haas en B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam. 1Het verloop van het geding 1.1 Partijen worden hierna aangeduid als [A] , Eshuis Holding en Perspektief. Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 7 en 14 juli 2015, 14 december 2016 en 19 januari 2017, alsmede naar de beschikking van de raadsheer-commissaris van 8 februari 2018 in deze zaak. 1.2 Bij de beschikkingen van 7 en 14 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Eshuis Holding over de periode vanaf 9 juli 2013, mr. H.M. de Mol van Otterloo (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – drs. P.N. Lincklaen Arriëns benoemd tot bestuurder van Eshuis Holding. 1.3 Bij brief van 18 februari 2018 heeft de onderzoeker verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen naar € 70.000 (exclusief btw). 1.4 Bij brief van 17 april 2018 heeft de onderzoeker het verslag (met bijlagen) van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. 1.5 De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd. 2De gronden van de beslissing 2.1 De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag (met bijlagen) van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen ziet de Ondernemingskamer aanleiding om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. 2.2 De Ondernemingskamer zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over het in 1.3 vermelde verzoek tot verhoging van de onderzoekskosten. 3De beslissing De Ondernemingskamer: bepaalt dat het verslag met de bijlagen van het bij de beschikking van 7 juli 2015 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Eshuis Holding ter inzage ligt voor belanghebbenden; stelt partijen tot uiterlijk dinsdag 8 mei 2018 te 16:00 uur in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over het in 1.3 vermelde verzoek van de onderzoeker; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer RA en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 april 2018.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.