← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:1675

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001935-17 datum uitspraak: 22 mei 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-151309-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 juli 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van 500 Euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid: - zich voorgedaan als een bonafide verkoper van een bromfiets; en/of - op marktplaats een bromfiets te koop aangeboden; en/of - een telefoonnummer waarop hij bereikbaar was in die advertentie op marktplaats vermeld; en/of - met die [benadeelde] een afspraak voor de overdracht van de bromfiets gemaakt, waardoor [benadeelde] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een vrijspraak van het ten laste gelegde. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Vrijspraak Aan de in artikel 326 Wetboek van Strafrecht neergelegde strafbaarstelling ligt ten mede grondslag ligt dat van de koper behoedzaamheid wordt verwacht bij het uitkiezen van zijn contractspartij. (blijkens de Memorie van Toelichting bij titel XXV van boek II van het Wetboek van Strafrecht). Volgens bestendige – op deze wetsgeschiedenis geënte – jurisprudentie van de Hoge Raad levert het enkele zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper die in staat en voornemens is het goed te leveren, niet het aannemen van een valse hoedanigheid op. Als iemand niet van plan is om een goed te leveren, ondanks dat de prijs is betaald, kan sprake zijn van civielrechtelijk niet-nakomen, maar is er niet zonder meer sprake van oplichting. Van oplichting is bijvoorbeeld sprake als de verdachte een leugen of een list heeft gebruikt, waardoor de ander werd bewogen tot de afgifte van het geld. De verdachte heeft in zijn contact met de aangever gebruik gemaakt van zijn eigen naam, telefoonnummer en woonadres. De aangever heeft de verdachte gebeld op dit telefoonnummer en voor de levering is afgesproken bij het woonadres van de verdachte. Indien al kan worden bewezen dat de verdachte van meet af aan niet de intentie had om de brommer te leveren, dan nog is geen sprake geweest van andersoortige valselijke, listiglijke of bedrieglijke gedragingen op grond waarvan de aangever bewogen is tot afgifte van het geldbedrag. Onder deze omstandigheden kan niet worden bewezen dat de verdachte aangever heeft bewogen tot de afgifte van het geld door een valse hoedanigheid of één van de andere genoemde oplichtingsmiddelen. Het hof zal de verdachte, gelet op het voorgaande, vrijspreken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. W.F. Groos en mr. M.M. van der Nat, in tegenwoordigheid van mr. S. van Zanten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 mei 2018. mr. R.P. den Otter is buiten staat dit arrest te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.