← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:1680

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001649-17 datum uitspraak: 29 mei 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-130721-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2018. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1:hij op of omstreeks 27 april 2016 te Amsterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, brigadier van politie Eenheid Amsterdam [benadeelde 1] en/of brigadier van politie Eenheid Amsterdam [benadeelde 2] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten met Mobiele Eenheid-dienst belast als Bravo 2010, door zijn arm(

  1. en)en/of lichaam te bewegen en/of te rukken en/of te trekken en/of in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtena(a)r(
  2. en)verdachte trachtte(
  3. n)te geleiden; 2:hij op of omstreeks 27 april 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, [benadeelde 1] brigadier van politie Eenheid Amsterdam en/of [benadeelde 2] brigadier van politie Eenheid Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door voornoemde [benadeelde 2] de woorden toe te voegen: 'wat moet jij nou, kutje. Je bent gewoon een kutje' en/of 'je bent een kutwijf' en/of door voornoemde [benadeelde 1] de woorden toe te voegen: 'jij bent gewoon een flikker' en/of (vervolgens) in de richting van voornoemde [benadeelde 1] te spuwen, althans woorden en/of gedragingen van gelijke beledigende aard en/of strekking; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1:hij op 27 april 2016 te Amsterdam zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, brigadier van politie Eenheid Amsterdam [benadeelde 1] en brigadier van politie Eenheid Amsterdam [benadeelde 2] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, door zijn armen en lichaam te bewegen in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden. 2:hij op 27 april 2016 te Amsterdam opzettelijk de ambtenaren [benadeelde 1] , brigadier van politie Eenheid Amsterdam, en [benadeelde 2] , brigadier van politie Eenheid Amsterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd door [benadeelde 2] de woorden toe te voegen: 'wat moet jij nou, kutje. Je bent gewoon een kutje' en 'je bent een kutwijf' en door [benadeelde 1] de woorden toe te voegen: 'jij bent gewoon een flikker'. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: wederspannigheid. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van €1.000,-, bij niet betalen te vervangen door 20 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich ten overstaan van omstanders schuldig gemaakt aan belediging van politieambtenaren die in uniform werkzaam waren. Vervolgens heeft hij zich verzet tegen zijn aanhouding door deze politieambtenaren. Dit gedrag belemmerde niet alleen de politieagenten in de uitoefening van hun werkzaamheden, maar getuigt bovendien van een onaanvaardbaar gebrek aan respect voor het openbaar gezag. Ook heeft de verdachte hiermee de politieambtenaren in hun eer en goede naam aangetast. Het hof rekent dit de verdachte aan. Bovendien is de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2018 eerder ter zake van vergelijkbare feiten onherroepelijk veroordeeld. Het hof weegt dit mee ten nadele van de verdachte. Voor feiten als de onderhavige plegen geldboetes te worden opgelegd ter hoogte van de door de politierechter opgelegde geldboete. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het tijdens of na de aanhouding door de verdachte opgelopen letsel, geen aanleiding om hiervan af te wijken. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden; het hof zal bepalen dat de verdachte deze boete in termijnen mag voldoen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24a, 24c, 57, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 19 januari 2017 onder CJIB nummer 2132 5420 0283 9418. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 10 (tien) termijnen van 1 (een) maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro). Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 mei 2018. mr. A.M. Ruige is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.