beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.219.384/01 NOT nummers eerste aanleg : 624818/NT 17-20 B en 624819/NT 17-21 B beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018 inzake [klaagster] , wonend te [plaats] , appellante, tegen 1. mr. [notaris 1] , notaris te [plaats] , 2. mr. [notaris 2] , notaris te [plaats] , geïntimeerden. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Appellante (hierna: klaagster) heeft op 14 juli 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 27 juni 2017 (ECLI:NL:TNORAMS:2017:34). Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klaagster tegen de beslissingen van de voorzitter van de kamer van 16 februari 2017 ongegrond verklaard. 1.2. Op 4 september 2017 zijn van klaagster aanvullende stukken ontvangen. 1.3. Geïntimeerden (hierna: de notarissen) zijn door het hof in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt. 1.4. De zaak is, voor wat de ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep betreft, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 november 2017. Klaagster is verschenen en heeft het woord gevoerd; de notarissen, met bericht van afwezigheid, zijn niet verschenen. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Ontvankelijkheid 3.1. Klaagster heeft bij de kamer klachten ingediend tegen de notarissen. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissingen van 16 februari 2017 klaagster in de klacht jegens notaris mr. [notaris 1] gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht gedeeltelijk als kennelijk van onvoldoende gewicht afgewezen. Klaagster is in de klacht jegens notaris mr. [notaris 2] kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissingen heeft klaagster tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 27 juni 2017 het verzet ongegrond verklaard. 3.2. In het algemeen staat - op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) - tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 (oud) Wna bepaalt echter in de leden 5, 9 en 13 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.