beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.216.823/01 GDW nummer eerste aanleg : C/13/627837/DW RK 17/448 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018 inzake [appellante] , wonend te [plaats] , appellante, tegen
- [geïntimeerde] , oud-gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
- [geïntimeerde] ,
- [geïntimeerde] ,
- [geïntimeerde] , gerechtsdeurwaarders te [plaats] , geïntimeerden. 1Het geding in hoger beroep 1.
- Appellante (hierna: klaagster) heeft op 2 juni 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 30 mei
- 1.
- De voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerden (hierna: de gerechtsdeurwaarders) deels als kennelijk niet-ontvankelijk en deels als kennelijk ongegrond afgewezen. 1.
- De gerechtsdeurwaarders hebben op 25 juli 2017 een verweerschrift - met bijlage - bij het hof ingediend. 1.
- Klaagster en de gerechtsdeurwaarders hebben het hof vooraf laten weten niet te zullen verschijnen. Het hof heeft de zaak, voor wat de ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep betreft, op 21 december 2017 buiten aanwezigheid van partijen in raadkamer behandeld. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep 3.
- Klaagster heeft bij klachtenformulier met bijlagen van 24 april 2017 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 30 mei 2017 de klacht van klaagster afgewezen als deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Tegen die beslissing is klaagster nu in hoger beroep gekomen. 3.
- Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw kan tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open. 3.
- Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. 3.
- Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 4Beslissing Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 30 mei
- Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.