afdeling strafrecht parketnummer: 23-001220-17 datum uitspraak: 17 mei 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-131740-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] 1980, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1.hij op of omstreeks 3 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Valentijnskade, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of rdelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [benadeelde] ) letsel en/of schade was toegebracht. 2.hij op of omstreeks 3 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, toen een opsporingsambtenaar hem als verdachte van een strafbaar feit naar zijn identificerende persoonsgegevens vroeg, aan die opsporingsambtenaar (een) andere dan zijn werkelijke naam en/of geboortedatum heeft opgegeven. 3.hij op of omstreeks 3 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Valentijnskade, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere beslissing komt. Bewijsoverweging Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor het onder 1 ten laste gelegde, nu de getuige [getuige] alleen heeft gezien dat alleen de banden van de voertuigen elkaar raakten. Daardoor kan geen schade zijn ontstaan. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De getuige [getuige] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat zij zag dat de voertuigen elkaar raakten, waarbij het geparkeerde voertuig van de aangever een beetje bewoog. De aangever [benadeelde] heeft vervolgens nieuwe schade aan zijn auto geconstateerd en dit ook tegen de verdachte gezegd. Gelet hierop had de verdachte minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat schade was ontstaan aan de auto van de aangever. Door onder deze omstandigheden de plaats van het ongeval te verlaten zonder identificerende gegevens te verstrekken, heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde. Het verweer wordt derhalve verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 3 juli 2015 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) betrokken bij een verkeersongeval op de Valentijnskade, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [benadeelde] ) schade was toegebracht. 2.hij op 3 juli 2015 te Amsterdam toen een opsporingsambtenaar hem als verdachte van een strafbaar feit naar zijn identificerende persoonsgegevens vroeg, aan die opsporingsambtenaar (een) andere dan zijn werkelijke naam en geboortedatum heeft opgegeven. 3.hij op 3 juli 2015 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Valentijnskade, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Door en namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat hij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu sprake is van overmacht in de zin van noodtoestand. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte zich zodanig bedreigd voelde door de situatie, dat hij niet anders kon dan weg te rijden van de plaats van het ongeval. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Voor een geslaagd beroep op een noodtoestand is vereist dat sprake is van een gedraging die voortvloeit uit een actueel en concrete nood - bestaande uit een belangenconflict - en die geëigend is om daaraan een eind te maken. Bovendien moet het gedrag een toetsing aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit kunnen doorstaan. Uit de stukken van het dossier en wat is verklaard door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is niet aannemelijk geworden dat zich een zodanige dreigende situatie heeft voorgedaan, dat de verdachte zich hieraan mocht onttrekken en hij redelijkerwijs geen andere keus had dan de plaats van het ongeval te verlaten. Het hof merkt in dit verband nog op dat de verbale uitingen van omstanders niet als een noodsituatie in de hierboven bedoelde zin kunnen worden aangemerkt. Gelet op het voorgaande verwerpt het hof het verweer. Nu ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zijn deze feiten strafbaar. Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.