← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:173

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.218.791/01 GDW nummer eerste aanleg : C/13/616863 DW RK 16/1108 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018 inzake [appellante] , wonend te [plaats] , appellante, tegen [geïntimeerde] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] , geïntimeerde. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellante (hierna: klaagster) heeft op 6 juli 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 27 juni
  2. 1.
  3. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond afgewezen. 1.
  4. De gerechtsdeurwaarder heeft op 17 juli 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  5. Klaagster en de gerechtsdeurwaarder hebben het hof vooraf laten weten niet te zullen verschijnen. Het hof heeft de zaak, voor wat de ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep betreft, op 21 december 2017 buiten aanwezigheid van partijen in raadkamer behandeld. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep 3.
  6. Klaagster heeft bij brief van 14 oktober 2016 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 27 juni 2017 de klacht van klaagster afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen die beslissing is klaagster nu in hoger beroep gekomen. 3.
  7. Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw kan tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open. 3.
  8. Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. 3.
  9. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 4Beslissing Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 27 juni
  10. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.