afdeling strafrecht parketnummer: 23-002153-17 datum uitspraak: 3 mei 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-028999-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1:hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn levensgezel, [adres] heeft mishandeld door voornoemde [adres] bij haar keel te grijpen en/of te pakken en/of te knijpen; 2:hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [adres] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en straf komt dan de politierechter. Bewijsoverweging feit 1 De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken voor het onder 1 ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Uit het dossier volgt niet dat de aangeefster pijn of letsel heeft ondervonden. Het enkele pakken van de keel, zonder daar druk op uit te oefenen, levert geen mishandeling op, aldus de raadsman. Het hof verwerpt dit verweer. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de aangeefster bij haar keel heeft gepakt en op die wijze haar op het bed heeft geduwd. Hieruit volgt dat hij enige kracht heeft uitgeoefend op haar keel. Indien uit het dossier en de behandeling ter terechtzitting niet of onvoldoende kan worden afgeleid dat het slachtoffer pijn heeft ondervonden of letsel heeft bekomen, volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad dat onder omstandigheden het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam een bewezenverklaring van mishandeling kan opleveren. Gelet op de eerder genoemde verklaring van de verdachte en de verklaring die de aangeefster bij de politie heeft afgelegd in onderling verband en samenhang bezien, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte, door met zijn hand kracht uit te oefenen op de keel van de aangeefster, een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan het lichaam van de aangeefster teweeg heeft gebracht. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1:hij op 25 oktober 2015 te Amsterdam [adres] heeft mishandeld door voornoemde [adres] bij haar keel te pakken. 2:hij op 25 oktober 2015 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, toebehorende aan [adres] , heeft vernield. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Strafbaarheid van de verdachte Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot taakstraf van 20 uren, waarvan 10 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte tot dezelfde straf zal worden veroordeeld. De raadsman heeft het hof verzocht om, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, te volstaan met een geheel voorwaardelijke geldboete voor feit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.