← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:1973

afdeling strafrecht parketnummer: 23-003706-17 datum uitspraak: 15 juni 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-107326-15 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 2 juni 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn echtgenoot, [slachtoffer], heeft mishandeld door opzettelijk mishandelend die [slachtoffer] tegen het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te slaan en/of te stompen en/of tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen en/of met zich mee een trap af te trekken en/of op die trap ten val te brengen, waardoor die [slachtoffer] pijn en/of letsel heeft ondervonden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van twee jaren. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe het volgende. Evenals de politierechter is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte [slachtoffer] heeft geslagen, gestompt, getrapt of geschopt. De verdachte heeft dit ontkend en het onderzoek ter terechtzitting biedt onvoldoende steun aan de verklaring van [slachtoffer]. Het staat vast dat de verdachte en [slachtoffer] onenigheid hadden. Zij wilden allebei de telefoon hebben die de verdachte in zijn tas had. Beiden hielden de tas vast, terwijl de verdachte de trap afliep. Beneden bleek [slachtoffer] verwondingen aan haar linker- en rechterhand en een kneuzing van de knie en rug te hebben. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij de tas vast had gepakt en vervolgens met haar vinger vast kwam te zitten aan de tas en daardoor naar beneden viel. Onderwijl heeft zij geroepen dat de verdachte moest stoppen met lopen, maar hij deed dat niet. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist dat [slachtoffer] vast zat aan de tas, maar dacht dat zij uit eigen beweging de tas van de verdachte vasthield. Hij stelt dat hij rustig de trap is afgelopen en haar heeft gezegd dat ze de tas moest loslaten, maar dat ze dat niet deed en achter hem aan liep. Pas beneden zag hij dat er bloed aan haar hand zat. Het is mogelijk dat de verdachte niet heeft gemerkt dat [slachtoffer] aan de tas van de verdachte vastzat en dat hij pas beneden heeft waargenomen dat zij verwondingen had. Daarmee is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzet, opzet in voorwaardelijke zin daaronder begrepen, heeft gehad op het toebrengen van pijn en/of letsel bij [slachtoffer]. Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het ten laste gelegde feit. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. P.C. Römer en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 juni 2018. Mr. S.J. Riem is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.