← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:2010

beslissing ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.228.449/01 GDW nummer eerste aanleg : C/13/617268 / DW RK 16/1128 beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 juni 2018 inzake [naam], wonend te [plaats], appellant, tegen [naam], voorheen gerechtsdeurwaarder te [plaats], thans toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats], geïntimeerde, gemachtigde: [naam]. 1Het geding in hoger beroep 1.

  1. Appellant (hierna: klager) heeft op 29 november 2017 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 31 oktober 2017 (ECLI:NL:TGDKG:2017:213). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) ongegrond verklaard. 1.
  2. Op 30 november 2017 heeft klager een bijlage behorend bij het beroepschrift bij het hof ingediend. 1.
  3. De gerechtsdeurwaarder heeft op 29 december 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend. 1.
  4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 april
  5. Klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. 2Stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 4De standpunten van partijen De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep. 5De beoordeling 5.
  6. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Het hof voegt daaraan nog toe dat klager geen recht heeft op inzage in de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder. Het hof gaat ervan uit, behoudens tegenbewijs dat niet is geleverd, dat deze openbaar ambtenaar voor zijn optreden over een voldoende last beschikt. 5.
  7. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven. 6Beslissing Het hof bevestigt de bestreden beslissing. Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2018 door de rolraadsheer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.