← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:2035

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.188.130/01 zaaknummer/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/571831/ HA ZA 14-870 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 juni 2018 inzake WATERSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT (voorheen genaamd Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht), gevestigd te Amsterdam, advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam, appellant, tegen 1GEMEENTE WEESP, zetelend te Weesp,

  1. GEMEENTE GOOISE MEREN (als rechtsopvolgster van de gemeente Muiden), zetelend te Bussum, advocaat: mr. J.J. Jacobse te Middelburg,
  2. ANTEA REALISATIE B.V. (voorheen genaamd Oranjewoud Realisatie B.V.), gevestigd te Oosterhout, advocaat: mr. J.O. Berlage te Amsterdam, geïntimeerden. 1Het verdere verloop van het geding Partijen worden hierna wederom enerzijds AGV en anderzijds Gemeente Weesp, Gemeente Gooise Meren (of, als voorheen, Gemeente Muiden) en Antea (of, als voorheen, Oranjewoud), dan wel gezamenlijk geïntimeerden, genoemd. Indien zowel de Gemeente Weesp als de Gemeente Gooise Meren wordt bedoeld zal ook worden gesproken van “de Gemeenten”. In deze zaak heeft het hof op 29 augustus 2017 en op 3 april 2018 een tussenarrest gewezen. In het tussenarrest van 29 augustus 2017 heeft het hof onder meer overwogen dat een deskundigenbericht moet worden opgemaakt en dat partijen zich over de persoon van de deskundige(n) kunnen uitlaten. Bij tussenarrest van 3 april 2018 heeft het hof naar aanleiding van zijdens Antea schriftelijk opgeworpen bezwaren tegen het tussenarrest van 29 augustus 2017 overwogen dat het niet terugkomt van zijn beslissingen in dat arrest en is het tot benoeming van de deskundigen overgegaan. Bij brief van haar advocaat van 26 april 2018 heeft Antea het hof verzocht op de voet van artikel 401a lid 2 Rv te bepalen dat tegen genoemde arresten van 29 augustus 2017 en 3 april 2018 tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld. AGV heeft bij brief van 9 mei 2018 van de advocaat mr. A.M. Klunne verzocht het verzoek van Antea af te wijzen. 2Beoordeling 2.1 Antea kan zich niet kan verenigen met beslissingen die dit hof in zijn tussenarrest van 29 augustus 2017 heeft gegeven, met name ten aanzien van mogelijk onrechtmatig handelen van Antea. Ook met het tussenarrest van 3 april 2018, dat in de kern een bevestiging van die beslissing behelst, kan Antea zich niet verenigen. Om die reden verzoekt zij tussentijds cassatieberoep tegen die beslissingen open te stellen. 2.2 In het wettelijk systeem kan de rechter tussentijds cassatieberoep openstellen tegen zijn beslissing, ook nadat hij uitspraak heeft gedaan. In het belang van een goede procesorde dient te worden aangenomen dat een zodanig verzoek binnen de beroepstermijn dient te worden gedaan (ECLI:NL:HR:2004:AL7051). Dat is hier, ten aanzien van de uitspraak die in de kern in het geding is, geenszins het geval. Het verzoek is immers rond de 8 maanden later gedaan. Inmiddels zijn de deskundigen benoemd, is het voorschot voor de deskundigen door AGV betaald en mag worden aangenomen dat de deskundigen zich hebben ingelezen en gereed zijn om met het onderzoek aan te vangen, voor zover dat al niet aangevangen is. Tussentijdse cassatie zou bij deze stand van zaken inefficiënt zijn en een onredelijke vertraging van het geding meebrengen en is daarom in strijd met een goede procesorde. Dat het hof bij tussenarrest van 3 april 2018 heeft overwogen niet van zijn beslissingen in eerdergenoemd tussenarrest terug te komen en deskundigen heeft benoemd heeft in dit verband geen (zelfstandige) betekenis. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. 3Beslissing Het hof: bepaalt dat tegen de in deze zaak gewezen arresten van 29 augustus 2017 en 3 april 2018 geen tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld. Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, L.A.J. Dun en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.