← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:215

23/004371-17 GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING op het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, laatstelijk verblijvende te [adres], thans verblijvende in huis van bewaring Zwaag te Zwaag. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 4 december 2017. De rechtbank heeft bij dit vonnis de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven. Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 17 januari 2018 gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en de raadsman van de verdachte, mr. L.J.B.G. van Kleef. De raadsman van de verdachte heeft het verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder verwijzing naar het arrest van het hof in de Klimop-zaak (ECLI:NL:GHAMS:2015:635) toegelicht en – kort gezegd – betoogd dat de enkele veroordeling van cliënt onvoldoende is voor de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen schorsing van de voorlopige hechtenis. De beoordeling Gelet op het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 4 december 2017, waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van voorarrest, is sprake van ernstige bezwaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van grootschalige uitvoer van verdovende middelen. Gelet hierop acht het hof de zogenoemde 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) aanwezig. In zoverre onderscheidt deze zaak zich al van de door de raadsman genoemde zaak. Wat er ook zij van hetgeen de raadsman heeft aangevoerd op het punt van het recidivegevaar, bij het aanwezig zijn van de 12-jaarsgrond kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Bij een belangenafweging moet het maatschappelijke belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis daarom prevaleren. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen. 23/004371-17 De beslissing Het hof: WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Deze beschikking is gegeven op 17 januari 2018 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. M.M.H.P. Houben en M. Senden, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 17 januari 2018, de advocaat-generaal

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.