← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:2314

beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.218.209/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 27 juni 2018 inzake [A] , wonende te [....] , VERZOEKER, advocaat: mr. J. Maliepaard, kantoorhoudende te Bleiswijk, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUISARTSENPRAKTIJK DE LA REY B.V., gevestigd te Den Haag, VERWEERSTER, niet verschenen, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaat: aanvankelijk mr. P.R.L.V.M. Kruik, kantoorhoudende te Den Haag, thans mr. A. Kara, kantoorhoudende te Maastricht.

  1. Het verloop van het geding 1.1 Verzoeker, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid met [A] , Huisartsenpraktijk De la Rey en [B] . 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 oktober 2017 en 30 oktober
  2. 1.3 Bij voornoemde beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huisartsenpraktijk De la Rey over de periode vanaf 28 juni 2016, de aanwijzing van de onderzoeker vooralsnog aangehouden en bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding mr. A.J. Tekstra (hierna: Tekstra) te Amsterdam benoemd tot bestuurder van Huisartsenpraktijk De la Rey met beslissende stem en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Huisartsenpraktijk De la Rey te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Huisartsenpraktijk De la Rey niet vertegenwoordigd kan worden. 1.4 Tekstra heeft de Ondernemingskamer telefonisch bericht dat Huisartsenpraktijk De la Rey op 16 januari 2018 failliet is verklaard met benoeming van mr. H.M.D. Bentfort van Valkenburg als curator (hierna ook: de curator) 1.5 Bij e-mail van 1 mei 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen en de curator verzocht, gelet op het faillissement van Huisartsenpraktijk De la Rey, zich uit te laten over al dan niet voortzetting van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening, alsmede de financiering daarvan. 1.6 De curator heeft bij e-mail van 1 mei 2018 de Ondernemingskamer bericht dat naar zijn oordeel het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening beëindigd kunnen worden, gelet op het ontbreken van financiële middelen in de boedel om het onderzoek en de voorzieningen te financieren. 1.7 Mr. Kara heeft bij e-mail van 11 mei 2018 namens [B] de Ondernemingskamer verzocht een onderzoeker aan te wijzen. 1.8 De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij e-mail van 14 mei 2018 (de advocaat van) [B] verzocht de Ondernemingskamer te informeren hoe het onderzoek gefinancierd dient te worden gelet op de mededeling van de curator dat het de boedel aan financiële middelen ontbreekt. Het bericht houdt voorts in dat bij gebrek aan financiering, de Ondernemingskamer het onderzoek zal beëindigen en de getroffen onmiddellijke voorziening zal opheffen. 1.9 Hierop zijn e-mails gevolgd van de curator van 14 mei 2018 en van mr. Kara namens [B] van 17 mei
  3. 1.10 Bij e-mail van 18 mei 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer de curator in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de e-mail van mr. Kara van 17 mei
  4. Hierbij is tevens aan partijen en de curator bericht dat, indien de curator niet bereid is de kosten van het onderzoek uit de boedel te financieren en geen van partijen deze kosten voor zijn rekening wenst te nemen, de Ondernemingskamer de zaak zal beëindigen. 1.11 Hierop heeft mr. Kara namens [B] gereageerd bij e-mail van 18 mei
  5. De curator heeft de Ondernemingskamer bij e-mail van 24 mei 2018 bericht. 1.12 Van (de advocaat van) [A] is niet vernomen. 2De gronden van de beslissing 2.1 [B] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet bereid is de kosten van het onderzoek te dragen en dat de curator de kosten van het onderzoek ten laste van de boedel zou moeten brengen, althans de beslissing daarover zou moeten voorleggen aan de rechter- commissaris in het faillissement. 2.2 De curator heeft kort samengevat aangevoerd dat de kosten van een onderzoek niet als boedelschuld kunnen worden aangemerkt. Bovendien ontbreekt het de boedel aan middelen voor een onderzoek als gelast door de Ondernemingskamer naast het onderzoek van de curator zelf naar de oorzaken en achtergrond van het faillissement in volle gang is. Hierover heeft overleg met de rechter-commissaris plaatsgevonden. Sanering en herstel van gezonde verhoudingen zijn vanwege het faillissement niet meer aan de orde. De curator heeft geen bezwaar tegen het onderzoek indien [B] het zelf wenst te financieren. 2.3 De Ondernemingskamer overweegt als volgt. De curator is niet bereid de kosten van het onderzoek uit de boedel te betalen en is daartoe ook niet verplicht omdat de kosten van het onderzoek geen boedelschuld zijn (HR 24 juni 2005, NJ 2005, 382). [B] , of enig ander, heeft zich evenmin bereid verklaard de kosten van het onderzoek voor eigen rekening te nemen. 2.4 Omdat er bij deze stand van zaken geen financiering van het onderzoek voorhanden is en daarop evenmin enig uitzicht bestaat en omdat gelet op het faillissement van Huisartsenpraktijk De la Rey de getroffen onmiddellijke voorziening niet gehandhaafd behoeft te worden, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening beëindigen en wel per heden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: beëindigt met ingang van heden (a) het bij haar beschikking van 25 oktober 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Huisartsenpraktijk De la Rey B.V., gevestigd te Den Haag en (b) de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 27 juni 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.