← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:264

arrest ___________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer gerechtshof : 200.221.844/01 KG zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : 6046276 VV EXPL 17-50 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 23 januari 2018 inzake de vennootschap onder firma PRANGER BEWINDVOERING in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [X], gevestigd te Wormerveer, appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. F.W. Brugman te Wognum, tegen: WONINGSTICHTING ROCHDALE, gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. R.N.E. Visser te Amsterdam. Partijen worden hierna de bewindvoerder (dan wel [X] ) en Rochdale genoemd. 1Verder verloop van het geding in hoger beroep Op 21 november 2017 heeft het hof een tussenarrest (in een incident ex artikel 351 Rv) gewezen, waarnaar het hof verwijst. Daarna heeft de bewindvoerder gereageerd bij akte van 5 december 2017, als bedoeld in r.o. 2.3 van het tussenarrest. Vervolgens is wederom arrest gevraagd in het incident. 2Verdere beoordeling In het incident 2.1. In het tussenarrest is geoordeeld dat de bewindvoerder bij de gevorderde schorsing geen belang heeft (en dat die vordering daarom zal worden afgewezen), indien de woning inderdaad inmiddels is ontruimd. De bewindvoerder heeft bij voormelde akte bevestigd dat de woning inmiddels is ontruimd, zij het onder protest. De bewindvoerder stelt voorts dat [X] groot belang heeft bij terugkeer in de woning, nu door de ontruiming de op [X] van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling in gevaar komt. 2.2 De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis is, gelet op hetgeen de bewindvoerder daartoe heeft aangevoerd, gericht tegen de bij het bestreden vonnis uitgesproken ontruiming van de woning. Nu vaststaat dat de woning inmiddels is ontruimd, bestaat geen belang bij onderhavige incidentele vordering. Wat de bewindvoerder in dit verband nog heeft aangevoerd, doet daaraan niet af. De vordering zal (reeds) daarom worden afgewezen. 2.3 Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. 2.4 In de hoofdzaak zal de zaak voor het nemen van een memorie van antwoord door Rochdale naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3Beslissing Het hof: in het incident: wijst de vordering af; houdt de beslissing met betrekking tot de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 6 maart 2018 voor het nemen van een memorie van antwoord door Rochdale; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C.W. Rang en C.A.H.M. ten Dam en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.