afdeling strafrecht parketnummer: 23-003079-17 datum uitspraak: 30 juli 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-108551-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2018. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 16 juni 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in zijn gezicht, althans tegen het lichaam te stompen en/of te slaan. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Primair omdat het bewijsminimum niet wordt gehaald, omdat alleen de aangever spreekt van een klap. Subsidiair heeft de verdachte gehandeld uit noodweer, dan wel putatief noodweer. De verdachte is min of meer van de trap geduwd, krabbelde op, ging verhaal halen en voelde zich nog steeds bedreigd, aldus de raadsman. Het hof overweegt als volgt. Het primaire verweer wordt verworpen. Het hof gaat uit van de verklaringen van de aangever en de getuige, zoals kort na het voorval, afgelegd tegenover de politie. Het hof acht deze - consistente - verklaringen betrouwbaarder dan de verklaringen die bijna een jaar later bij de raadsheer-commissaris zijn afgelegd. Het hof gaat er dan ook aan voorbij dat de getuige bij de raadsheer-commissaris verklaart dat de verdachte de aangever ‘aanviel in de vorm van een sprong’. Het beroep op noodweer danwel putatief noodweer stelt het hof eveneens terzijde. Het hof stelt op basis van de verklaring van de aangever en de getuige het volgende vast. De verdachte is na vervelend gedrag bij de uitgang van de bar door de aangever geforceerd naar buiten geleid. De verdachte - die ten overstaan van de politie heeft bevestigd dat hij teveel had gedronken en zich niets meer kon herinneren - is hierbij van de trap gevallen. De aangever heeft vervolgens onderaan de trap gecontroleerd en vastgesteld dat de verdachte in orde was. Hierna is de aangever de trap weer opgelopen, waarna hij de verdachte op hem af zag komen en zag dat de verdachte met zijn rechterhand uithaalde en hem op zijn linkeroog sloeg. Naar het oordeel van het hof is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Nadat de aangever van de verdachte was weggelopen, is de verdachte hem de trap op achternagegaan en heeft hij hem geslagen. Alsdan heeft zich geen omstandigheid voorgedaan die de verdachte redelijkerwijs als een noodweer-situatie heeft kunnen uitleggen. De hiervoor omschreven omstandigheden zijn daartoe onvoldoende: de verdachte heeft (nadat hij was verwijderd bij de ingang en de aangever bij hem weg was gelopen) hieruit niet redelijkerwijs kunnen afleiden dat er een dreiging uitging van de aangever. Geoordeeld wordt dat de verdachte opzettelijk de confrontatie is aangegaan. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 16 juni 2017 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door hem in zijn gezicht te slaan. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van 400,- euro, subsidiair acht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.