← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:2702

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001648-17 datum uitspraak: 1 augustus 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 april 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-043286-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof een bewijsmiddel toevoegt. Aanvullend bewijsmiddel Het hof voegt het navolgende bewijsmiddel aan de bewijsmiddelen van de politierechter in de rechtbank Amsterdam toe.

  1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juli
  2. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Hetgeen mij is ten laste gelegd heb ik gedaan. Ik was op 6 februari 2016 aanwezig op de Blauwbrug te Amsterdam. Ik heb toen schoppende bewegingen naar een lid van de Mobiele Eenheid gemaakt. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij heeft de politierechter bijzondere voorwaarden opgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich tijdens een demonstratie van de Pegidabeweging schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een lid van de Mobiele Eenheid (ME). Op het moment dat de ME charges uitvoerde heeft de verdachte in de richting van het ME-lid geschopt. Daarmee heeft de verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het ME-lid, maar ook bijgedragen aan ongewenste ordeverstoringen en agressie in het openbaar, de in de samenleving heersende gevoelens van angst en onveiligheid in dit geval tijdens een vergunde demonstratie. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 juli 2018 is hij niet eerder voor een soortgelijk feit onherroepelijk veroordeeld. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte inmiddels zijn leven op orde heeft. Hij is per 1 juni 2018 uitgestroomd van de lijst “Integrale aanpak voetbal” door zijn positieve gedragsverandering. Hij heeft geen contact meer met zijn harde-kern-vrienden die een slechte invloed op hem hadden en hij heeft een vaste relatie en een baan. Het hof acht daarom, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. F.A. Hartsuiker en mr. A.M. Kengen, in tegenwoordigheid van mr. D. Zeiss, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 augustus
  3. mr. R.D. van Heffen en mr. D. Zeiss zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.