afdeling strafrecht parketnummer: 23-003553-17 datum uitspraak: 1 augustus 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-679012-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1956, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair:hij op of omstreeks 22 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een bedrijfsauto - in de hoedanigheid van beroepschauffeur -, daarmee rijdende over de Radarweg en/of de kruising van de Radarweg met de Plimsollweg, zich zodanig, te weten zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander, zijnde [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken binnenste enkelknobbel (rechts) en een scherf fractuur van het basiskootje van de duim (rechts), in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over de Radarweg, komende uit de richting van de Westhavenweg en gaande in de richting van de Basisweg, verdachte is, gekomen bij voornoemde kruising naar rechts af gaan slaan teneinde de Plimsollweg te gaan berijden, verdachte heeft zich hierbij niet, althans niet tijdig en/of voldoende, van vergewist dat een bromfietser, zijnde voornoemde [slachtoffer], (het bromfiets/fietspad van) de Radarweg bereed, komende uit de richting van de Basisweg en gaande in de richting van de Westhavenweg, verdachte heeft voornoemde bromfietser geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan en/of heeft verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor deze bromfietser, voornoemde [slachtoffer] heeft (vervolgens) een noodremming gemaakt waarna hij tegen de door verdachte bestuurde bedrijfsauto is aangereden en/of aangebotst, waardoor aan die [slachtoffer] vorenomschreven zwaar lichamelijk letsel, in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht; subsidiair:hij op of omstreeks 22 oktober 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een bedrijfsauto - in de hoedanigheid van beroepschauffeur -, daarmee rijdende over de Radarweg en/of de kruising van de Radarweg met de Plimsollweg, zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, bestaande dat gedrag hieruit: verdachte heeft gereden over de Radarweg, komende uit de richting van de Westhavenweg en gaande in de richting van de Basisweg, verdachte is, gekomen bij voornoemde kruising naar rechts af gaan slaan teneinde de Plimsollweg te gaan berijden, verdachte heeft zich hierbij niet, althans niet tijdig en/of voldoende, van vergewist dat een bromfietser, zijnde [slachtoffer], (het bromfiets/fietspad van) de Radarweg bereed, komende uit de richting van de Basisweg en gaande in de richting van de Westhavenweg, verdachte heeft voornoemde bromfietser geen voorrang verleend, althans niet voor laten gaan en/of heeft verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of is verdachte niet, althans niet tijdig en/of voldoende, uitgeweken voor deze bromfietser, voornoemde [slachtoffer] heeft (vervolgens) een noodremming gemaakt waarna hij tegen de door verdachte bestuurde bedrijfsauto is aangereden en/of aangebotst. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank. Vrijspraak primair ten laste gelegde Het hof is anders dan de advocaat-generaal en met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd. Dat oordeel berust op het volgende. In essentie wordt de verdachte verweten dat hij op 22 oktober 2015 in het verkeer zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend of onachtzaam heeft gehandeld, doordat hij met zijn bedrijfsauto voor de kruising van de Radarweg met de Plimsollweg te Amsterdam rechtsaf is afgeslagen en daarbij zich er niet (voldoende) van heeft vergewist dat een bromfietser, te weten [slachtoffer], hem, verdachte, over het rechtsgelegen fietspad voor twee richtingen tegemoet reed en deze geen voorrang heeft verleend, waardoor [slachtoffer] tegen de door de verdachte bestuurde bedrijfsauto is gebotst. Uit het dossier blijkt dat de verdachte geen alcohol had gedronken of onder invloed was van drugs, dat hij niet was afgeleid door het gebruik van een mobiele telefoon, dat zowel de verdachte als [slachtoffer] niet te hard reden, dat hun voertuigen geen gebreken hadden, dat zij beiden mochten rijden waar zij reden en dat het zicht op dat moment goed was. Daarmee resteert als het aan de verdachte te maken verwijt dat hij [slachtoffer], rijdend op zijn bromfiets, niet heeft gezien, hoewel [slachtoffer] wel zichtbaar voor hem moet zijn geweest en de verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen, en de verdachte hem aldus geen voorrang heeft verleend. Ofschoon de gevolgen ernstig zijn geweest is dit rijgedrag, naar het oordeel van het hof, niet van dien aard dat het als zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend moet worden aangemerkt. Om die redenen is niet komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.