GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.176.475/01 zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/14/150070/HA ZA 13-317 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 31 juli 2018 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. R.P.M. de Laat te Utrecht, tegen VERENIGING VAN EIGENAARS SERVICEFLAT [x], gevestigd te [plaats], geïntimeerde, advocaat: mr. H.J.G. Braakhuis te Arnhem. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna wederom [appellant] en VvE genoemd. Het hof heeft in deze zaak op 14 november 2017 een (tweede) tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat tussenarrest verwezen. Nadat het deskundigenrapport was uitgebracht, heeft [appellant] een memorie na deskundigenbericht genomen en heeft VvE een antwoordmemorie na deskundigenbericht genomen. Ten slotte hebben partijen wederom arrest gevraagd. 2Verdere beoordeling 2.1 Bij het tussenarrest van 14 november 2017 heeft het hof een deskundigenbericht bevolen ter beantwoording van de navolgende vragen: 1. Wat was, uitsluitend op basis van de voorheen verkochte appartementen van de Serviceflat [x] te [plaats], op 16 oktober 2013 de onderhandse verkoopwaarde van het appartement nr. [x]? 2. Dient deze waarde naar beneden bijgesteld te worden indien bij verkoop van het gegeven uitgegaan zou zijn dat de bijdrageplicht zoals die voor de leden jegens de VD [vereniging Dienstverlening [x]; hof] gold na overlijden voor de erven zou blijven bestaan? Zo ja, in welke - in een bedrag of percentage aan te geven - mate? 3. Dient deze waarde naar boven bijgesteld te worden indien bij verkoop van het gegeven uitgegaan zou zijn dat de bijdrageplicht zoals die voor de leden jegens de VD gold na overlijden voor de erven zou eindigen? Zo ja, in welke - in een bedrag of percentage aan te geven - mate? 4. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn? Het hof heeft M.A.I. van der Wurff, NVM Register Makelaar/NRVT Register Taxateur van Van der Wurff makelaars, hierna Van der Wurff, tot deskundige benoemd om het deskundigenbericht uit te brengen. 2.2 Het deskundigenbericht van Van der Wurff dateert van 21 januari 2018 en is op 23 januari 2018 door de griffie van het hof ontvangen. 2.3 Van der Wurff heeft de vragen als volgt - zakelijk weergegeven - beantwoord (de nummers verwijzen naar de nummers van de vragen): 1. Op basis van de verkoopprijzen van voorheen verkochte appartementen van de Serviceflat [x] te [plaats] en rekening houdend met alle factoren van belang is de onderhandse verkoopwaarde van het appartement nr. [x] op 16 oktober 2013 te stellen op € 45.000,-; 2. De onderhandse verkoopwaarde van het appartement nr. [x] moet bij een blijvende bijdrageplicht naar beneden bijgesteld worden en zou op 16 oktober 2013 € 30.000,- bedragen; 3. Indien de VvE mocht bepalen dat geen bijdrageplicht zou gelden wanneer het appartement niet wordt bewoond, dan zou dat een beperkte positieve invloed geven op de verkoopprijzen omdat de verplichting van deelname aan de VD wel blijft bestaan. In dat geval wordt de onderhandse verkoopwaarde per 16 oktober 2013 bepaald op € 55.000,-. 4. Indien de totale servicekosten verlaagd kunnen worden tot € 400,- per maand, en de maaltijdservice, zorg etc. optioneel (of niet) aanwezig zijn, dan kan de verkoopprijs aanzienlijk stijgen. Op de peildatum werd bij dergelijke servicecomplexen met aangepaste keuzevoorwaarden, afhankelijk van de plaats en locatie, gemiddeld ongeveer € 130.000,- betaald. 2.4 [appellant] stelt met instemming kennis te hebben genomen van de inhoud van het deskundigenbericht. Volgens [appellant] blijkt uit het deskundigenbericht dat de waarde van het appartement als gevolg van het wijzigingsbesluit is gedaald, dat de aangeboden schadeloosstelling niet redelijk is en dat als gevolg daarvan zijn vordering tot vernietiging van het wijzigingsbesluit alsnog moet worden toegewezen. 2.5 De VvE heeft de inhoud van de door Van der Wurff gegeven antwoorden bestreden en daaraan de conclusie verbonden dat op grond van het deskundigenbericht niet kan worden vastgesteld dat als gevolg van het wijzigingsbesluit een waardedaling van het appartement is opgetreden. De vernietigingsvordering is volgens de VvE terecht afgewezen omdat niet gebleken is dat de aan [appellant] aangeboden schadeloosstelling niet redelijk was. 2.5.1 De VvE acht de wijze waarop Van der Wurff, in antwoord op de eerste twee vragen, de waarden van het appartement op de peildatum heeft vastgesteld ondeugdelijk. Het hof verwerpt dat bezwaar. De klacht van de VvE dat Van der Wurff de ligging van het appartement nr. [x] buiten beschouwing heeft gelaten vindt feitelijk geen steun in het deskundigenbericht omdat daarin staat vermeld dat de waarden tot stand zijn gekomen (onder meer) op basis van een vergelijkende methode en kadastrale recherche. De VvE leidt uit de geciteerde opmerking van Van der Wurff (“Ik heb het object per peildatum niet visueel kunnen opnemen”) ten onrechte af dat Van der Wurff de ligging van het appartement buiten beschouwing heeft gelaten.De klacht van de VvE dat Van der Wurff buiten beschouwing heeft gelaten dat op het destijds aanwezige dieptepunt van de crisis, de prijzen onevenredig onder druk hebben gestaan omdat uit wanhoop onroerend goed werd verkocht, is niet terecht. Van der Wurff heeft bij de verkoop van appartement nr. [x] de door de VvE bedoelde wanhoop verwoord door op te merken dat men dat appartement gelet op de verlaging van de vraagprijs zeer waarschijnlijk koste wat het kost heeft willen verkopen. Van der Wurff heeft blijkens de door hem gegeven toelichting mede betrokken de verkoopprijs van het, wat uitvoering betreft, volgens hem meest vergelijkbare appartement nr. [x]. Dat dat appartement destijds (eveneens) uit wanhoop verkocht is, heeft de VvE niet gesteld en blijkt evenmin uit de opmerking van Van der Wurff dat ten tijde van de verkoop de opleving van de woningmarkt “al [een] klein beetje zichtbaar was”. De VvE heeft niet aangevoerd dat appartement nr. [x] wat betreft de ligging geen vergelijkbaar pand is. De klacht van de VvE dat Van der Wurff ten onrechte geen rekening gehouden heeft met de hoogte, specificatie en het verloop van de servicekosten treft evenmin doel. Omdat de waarde van het appartement op de peildatum 16 oktober 2013 vastgesteld diende te worden, kon en hoefde Van der Wurff geen rekening (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.