← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:2914

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001050-17 datum uitspraak: 8 juni 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-142830-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 29 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] eenmaal of meermalen heeft geslagen en/of gestompt terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus en/of scheefstand neus en/of een bloeding in een oog en/of twee, in elk geval een of meer, afgebroken ondertgand(en), ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 300,00, subsidiair 6 dagen hechtenis. Vrijspraak Het hof stelt vast dat [slachtoffer] op 29 mei 2015 in de Arena te Amsterdam letsel heeft bekomen ten gevolge van klappen en/of stompen die hij heeft gehad. De vraag die het hof dient te beantwoorden is of de verdachte hiervoor verantwoordelijk is. Op grond van de zich in het dossier bevindende uiteenlopende en op sommige punten tegenstrijdige verklaringen, waaronder de verklaringen die zijn afgelegd tegenover de raadsheer-commissaris, is het hof niet in staat met voldoende mate van zekerheid vast te stellen wat op de tenlastegelegde datum is voorgevallen. Aldus kan evenmin worden vastgesteld dat de tenlastegelegde mishandeling door de verdachte is gepleegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 1.741,15. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 250,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.L. Leenaers en mr. M.C.A.E. van Binnebeke, in tegenwoordigheid van R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 juni 2018. mr. Van Binnebeke is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.