afdeling strafrecht parketnummer: 23-004532-17 datum uitspraak: 19 juni 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 december 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1972, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 juni 2018. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlasteleggingen Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: Zaak met parketnummer 13-216642-17 hij op of omstreeks 30 oktober 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.9A en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich voor de duur van drie
(3)maanden te verwijderen en niet meer op te houden in Overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, immers bevond hij, verdachte, zich om of omstreeks 22.00 uur op de Warmoesstraat. Zaak met parketnummer 13-219355-17 hij op of omstreeks 2 november 2017 te 14:35 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak met parketnummer 13-216642-17 hij op 30 oktober 2017 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen zich voor de duur van 3 maanden te verwijderen en niet meer op te houden in Overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, immers bevond hij zich om 22.00 uur op de Warmoesstraat. Zaak met parketnummer 13-219355-17 hij op 2 november 2017 te 14:35 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 1 Centrum te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden. Hetgeen in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 levert op: telkens: opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof heeft in hoger beroep gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte lijdt aan een stoornis van de geestvermogens en dat de verdachte is gediagnosticeerd met stoornissen door gebruik van verdovende middelen, schizofrenie en een verstandelijke handicap. In verband hiermee verblijft de verdachte in elk geval tot en met 27 juli 2018 op basis van een rechterlijke machtiging bij de GGZ-kliniek Duurzaam Verblijf in Assen. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep een brief van GZ-psycholoog [naam] van 4 juni 2018 overgelegd, waarin wordt geadviseerd de rechterlijke machtiging te verlengen. Nu blijkt dat de verdachte niet op korte termijn uitbehandeld zal zijn en het hof het in het belang van de verdachte én de samenleving acht dat het behandeltraject niet op enigerlei wijze beïnvloed wordt door de tenuitvoerlegging van een straf, acht het hof het aangewezen te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het in de zaken met parketnummers 13-216642-17 en 13-219355-17 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. G. Oldekamp en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 juni 2018. mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.