GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.194.867/01 zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 4174620 CV EXPL 15-4790 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 augustus 2018 inzake [appellant] , wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , appellant, advocaat: mr. M.N. Mense te Haarlem, tegen [geïntimeerde] , handelend onder de naam [X], wonend te [woonplaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. M.J.P. Leenders te Nieuwegein. 1Het verdere geding in hoger beroep Partijen worden hierna wederom [appellant] en [geïntimeerde] genoemd. Het hof heeft in deze zaak op 13 maart 2018 een derde tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar dat arrest verwezen. [appellant] heeft niet tijdig gebruik gemaakt van de gelegenheid een memorie na deskundigenbericht te nemen, waarna het recht daartoe vervallen is verklaard. Vervolgens heeft [geïntimeerde] een memorie na deskundigenbericht genomen, met een productie. Bij rolbeschikking van 9 mei 2018 is op verzoek van [appellant] toegelaten dat hij uitsluitend mocht reageren op de inhoud van de productie. Hierna heeft [appellant] een akte uitlating productie bij memorie genomen. 2Verdere beoordeling 2.1 [geïntimeerde] heeft in zijn conclusie in de memorie na deskundigenbericht gesteld dat hij de deskundige volgt in de opgave van de herstelkosten ad € 3.870,-. Hij verbindt daaraan de conclusie dat hij nog een vordering op [appellant] heeft. Volgens hem dienen de vorderingen van [appellant] in hoger beroep te worden afgewezen en moeten de kosten van de deskundige voor rekening van [appellant] komen. 2.2 [appellant] verzoekt de deskundige van zijn taak te ontheffen en een andere deskundige aan te wijzen. Subsidiair verzoekt hij de schade te begroten waar het de door de deskundige gepasseerde gebreken, omzetbelasting en steigerkosten betreft. Volgens [appellant] is niet aanvaardbaar dat de deskundige met alleen [geïntimeerde] contact heeft gehad en blijkt niet welke vragen [geïntimeerde] heeft gesteld aan de deskundige. Daarbij zijn de vragen die [appellant] zelf heeft gesteld niet beantwoord dan wel is geen bevestiging gegeven van door hem toegezonden stukken. Verder blijkt uit het eindrapport niet over welke stukken de deskundige beschikte. Volgens [appellant] is het beginsel van hoor en wederhoor hiermee geschonden. 2.3 Verder stelt [appellant] dat uit de productie, een e-mailbericht van de deskundige van 26 april 2018, blijkt dat er zaken zijn besproken die niet in het rapport zijn vermeld en dat zou zijn besproken en overeengekomen dat die niet relevant zijn. [appellant] betwist dat en stelt dat alle punten die in de memorie van grieven zijn genoemd, relevant zijn. Volgens [appellant] is de deskundige afgeweken van de onderzoeksopdracht die het hof in zijn arrest van 4 juli 2017 heeft geformuleerd. Verder heeft de deskundige ten onrechte de bestaande toestand als uitgangspunt genomen, omdat het geschil zich nu juist toespitst op de vraag of het uitgevoerde werk in overeenstemming is met hetgeen is afgesproken. 2.4 Voorts is volgens [appellant] niet duidelijk wat de deskundige bij de begroting van de kosten arbeid en materiaal verstaat onder “regionaal gemiddelde”. [appellant] betwist dat herstel kan worden uitgevoerd tegen de begrote bedragen. Hij verwijst daartoe naar een aantal eerder door hem in het geding gebrachte stukken. Omdat niet per post is gespecificeerd, kan ook niet beoordeeld worden of de gerekende kosten redelijk zijn. [appellant] kan de omzetbelasting niet verrekenen en dat levert een schadepost op, reden waarom de kosten inclusief omzetbelasting begroot moeten worden. Steigerkosten zijn eveneens buiten de begroting gebleven. 2.5 Samenvattend is volgens [appellant] het onderzoek onvolledig. Het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden en de deskundige is uitgangspunten gaan hanteren die haaks staan op de partijstandpunten en het processuele debat. Het rapport is daarom ondeugdelijk. 2.6 Het hof oordeelt als volgt. Volgens [geïntimeerde] is door de deskundige op het rapport een nadere uitleg per e-mail gegeven in het kader van de onderhandelingen over een buitengerechtelijke/minnelijke regeling. Het hof gaat daarvan uit, mede nu de deskundige die uitleg niet aan [geïntimeerde] heeft gezonden, maar, blijkens de productie, aan [mediator] , Mfn-registermediator. In die uitleg zijn de punten opgesomd waarover kennelijk in dat kader onduidelijkheid bestond. Het buitengerechtelijke traject met als doel tot een minnelijke regeling te komen staat echter los van het gerechtelijke traject, en in zoverre heeft de e-mail van [geïntimeerde] dan ook geen betekenis voor deze zaak. In elk geval kan daaruit niet worden afgeleid dat de deskundige in het gerechtelijke traject het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. Dat [geïntimeerde] niet heeft gereageerd op nadere verzoeken van [appellant] of dat niet is gebleken over welke stukken de deskundige beschikte, is daartoe onvoldoende. Hetgeen in het vorige tussenarrest is vermeld zij immers herhaald: “In de onderhavige zaak is met betrekking tot het door de deskundige te verrichten onderzoek maatwerk verricht. Partijen en hun advocaten en de raadsheer-commissaris zijn bij dit onderzoek aanwezig geweest. De deskundige heeft de in het geding zijnde gebreken onderzocht en daarover een voorlopig oordeel gegeven en dit onderbouwd. Partijen en hun raadslieden zijn in de gelegenheid geweest vragen te stellen, nadere uitleg te vragen en commentaar te leveren. Naar aanleiding van een en ander hebben partijen die dag onder leiding van de raadsheer-commissaris en later zelfstandig getracht tot een minnelijke regeling te komen. Dit is niet gelukt. De deskundige heeft vervolgens zijn bevindingen op schrift gesteld en toegezonden aan het hof.” Dit betekent ook dat bij die comparitie alle gebreken met betrekking tot het uitgevoerde werk die naar aanleiding van de memorie van grieven nog bespreking verdienden zijn besproken en dat de deskundige zijn rapport heeft toegespitst op de gebreken waarover bij/na de comparitie verschil van mening is blijven bestaan. Een en ander is volledig in lijn met het tussenarrest van 4 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.