afdeling strafrecht parketnummer: 23-002285-17 datum uitspraak: 8 juni 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-025457-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 mei
- Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 december 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bril (merk Jaguar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] Amsterdam Osdorp, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverwegingen De verdachte en diens raadsman hebben ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de verdachte geen opzet had zich het brilmontuur wederrechtelijk toe te eigenen. Hij moet om die reden worden vrijgesproken. Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft voor de aanwezigheid van het brilmontuur in zijn jaszak en het verwijderen van het prijskaartje geen aannemelijke verklaring gegeven. Naar het oordeel van het hof is hiermee sprake van een voltooide diefstal. De verdachte heeft immers door het brilmontuur in zijn jaszak te stoppen en het prijskaartje te verwijderen deze aan de feitelijke heerschappij van [bedrijf] onttrokken. Hiermee heeft hij gehandeld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 22 december 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bril, merk Jaguar, toebehorende aan [bedrijf] Amsterdam Osdorp. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ten bedrage van 300 euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ten bedrage van 500 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan 200 euro voorwaardelijk, subsidiair 4 dagen hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Daarmee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf. Winkeldiefstallen zijn hinderlijke feiten, die de bedrijfsvoering verstoren en schade teweegbrengen. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24a, 24c en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking. Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis. Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 3 (drie) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro). Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.A. Schimmel en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 juni
- De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.