← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:3216

beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM AV-nummer: 000664-18 rolnummer: 23-001467-13 datum uitspraak: 14 augustus 2018 BESCHIKKING gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 11 juni 2018, op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ingediend tegen de veroordeelde: [veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, laatst bekende verblijfadres: [adres]. Procesgang Dit gerechtshof heeft bij arrest van 26 juni 2015 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 20.525,

  1. Deze ontnemingsmaatregel is op 28 juni 2016 onherroepelijk geworden. De advocaat-generaal heeft op 11 juni 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering bij dit gerechtshof ingediend voor de duur van in totaal 120 dagen, vanwege het nog openstaande bedrag van € 17.499,
  2. Het hof heeft op 14 augustus 2018 ter gelegenheid van de behandeling van de vordering in openbare raadkamer de advocaat-generaal gehoord. De veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat-generaal heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering. Beoordeling van de vordering Het hof stelt vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op haar vermogen is niet mogelijk gebleken. Het CJIB heeft op 31 oktober 2016 de ontnemingsmaatregel ter executie overgedragen gekregen. De veroordeelde heeft geen bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Het CJIB heeft getracht de veroordeelde aan te schrijven op het adres dat vermeld staat op het ontnemingsarrest, namelijk het [adres] te [locatie]. Deze aanschrijving is onbestelbaar retour gekomen met de vermelding dat de veroordeelde niet meer op dat adres woonachtig is. Het CJIB heeft ook middels andere tot zijn beschikking staande informatie en systemen getracht een ander adres van de veroordeelde te achterhalen. Dit is tot op heden niet gelukt. Door haar feitelijke vertrek heeft de veroordeelde de mogelijkheden voor de incasso van de opgelegde ontnemingsmaatregel beperkt. Het hof zal, gelet op het vorenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 120 dagen. Beslissing Het hof: Wijst de vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe en stelt de duur van de lijfsdwang vast op 120 (honderdtwintig) dagen. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M.J.G.B. Heutink, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus
  3. Deze beschikking is – bij ontstentenis van de voorzitter – ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.