GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.149.943/01 zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/524140/HA ZA 12-1022 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 september 2018 inzake TMF AIRMARINE B.V., gevestigd te Rijnwoude, appellante in principaal appel, verweerster in voorwaardelijk incidenteel appel, advocaat: mr. H.M. Punt te Amsterdam, tegen: HELLMANN WORLDWIDE LOGISTICS B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerde in principaal appel, appellante in voorwaardelijk incidenteel appel, advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam. 1Het verdere procesverloop Partijen worden hierna wederom TMF en Hellmann genoemd. Op 27 maart 2018 heeft het hof wederom een tussenarrest gewezen, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld gelijktijdig een akte te nemen. Hierna hebben TMF en Hellmann elk een akte genomen. Vervolgens heeft Hellmann een antwoordakte genomen. Ten slotte is opnieuw arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 In het tussenarrest van 27 maart 2018 heeft het hof partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de hoogte van het voorschot van de te benoemen deskundige, dat door het hof vooralsnog op € 18.150,= (inclusief btw) is begroot. Van het tussenarrest is cassatieberoep opengesteld. 2.2 TMF heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt het hof te verzoeken terug te komen van de in rov. 2.5.3 van het tussenarrest van 27 maart 2018 gehanteerde tijdshorizon van 15 jaar, namelijk door geen tijdshorizon te hanteren, althans door aan te sluiten bij de operationele status van de F-15. Zij heeft in dat verband allereerst aangevoerd dat die tijdshorizon feitelijk onjuist is, omdat het vliegtuigtype F-15 nog steeds operationeel is, en dat, zolang dat het geval is, reële vraag bestaat naar onderdelen voor dat type. Daarnaast acht zij de tijdshorizon ook juridisch onjuist, omdat het in strijd is met de herstelfunctie van het schadevergoedingsrecht dat verkopen ná 15 jaar buiten de schadeberekening worden gehouden. Hellmann heeft op haar beurt verzocht het verzoek van TMF af te wijzen. 2.3 Het hof roept in herinnering dat het niet kan terugkomen van een eenmaal gegeven bindend eindoordeel, tenzij die beslissing berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Geen van beide is hier het geval omdat, zoals Hellmann terecht heeft opgemerkt, de waarde wordt gemeten op het tijdstip waarop de schade (in dit geval: het verlies) optrad, zijnde 25 juli 2003, waarbij in het hanteren van een tijdshorizon de goede en kwade kansen om de onderdelen nadien te verkopen op een (naar ’s hofs oordeel) redelijke wijze zijn verdisconteerd. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 2.4 TMF refereert zich aan het oordeel van het hof over het voorschot van de deskundige. Ook Hellmann kan zich daarin vinden. Het voorschot zal daarom worden vastgesteld zoals begroot. 2.5 Geen van beide partijen heeft tussentijds cassatieberoep ingesteld. Het hof zal daarom thans overgaan tot benoeming van de deskundige als in het dictum te vermelden, opdat hij tot beantwoording van de aldaar vermelde vragen kan overgaan, en zal iedere verdere beslissing aanhouden. 3Beslissing Het hof: beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen: 1. Wat was op 25 juli 2003 de waarde in het economisch verkeer van de partij vliegtuigonderdelen die zich bevond in het douane-entrepot van Hellmann? a. De waarde in het economisch verkeer dient u te bepalen op de wijze zoals in rov. 2.5 tot en met 2.5.3 van het tussenarrest van 27 maart 2018 is beschreven. b. U wordt verzocht daarbij uit te gaan van de onderdelen vermeld op het overzicht dat als productie 6 bij appeldagvaarding tevens houdende memorie van grieven door TMF in het geding is gebracht. c. Voorts wordt u verzocht daarbij ervan uit te gaan dat de onderdelen zich vóór vernietiging in goede staat bevonden. d. Verder dient u daarbij de navolgende aspecten mee te wegen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.