← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:3558

afdeling strafrecht parketnummer: 23-003455-17 datum uitspraak: 3 oktober 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 september 2017 in de strafzaak onder de parketnummers 15-183953-17, 13-215090-16 (TUL) en 13-239800-16 (TUL) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en de gronden waarop het berust en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met verwijzing naar artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en dat het tot andere beslissingen komt ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Vorderingen tenuitvoerlegging Daarnaast heeft de politierechter heeft de tenuitvoerlegging gelast van de: door de politierechter te Amsterdam bij vonnis van 21 november 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week, en door de politierechter te Amsterdam bij vonnis van 24 maart 2017 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week. De advocaat-generaal heeft afwijzing gevorderd van de vorderingen tot tenuitvoerlegging. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 september 2018 is aan hem bij inmiddels onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2018 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren opgelegd. De verdachte ondergaat thans die maatregel. Met de advocaat-generaal en de raadsman acht het hof het, in het belang van de verdachte én van de samenleving, onwenselijk dat de verdachte na afronding van dit ISD-traject nog geconfronteerd zal worden met strafrechtelijke sancties naar aanleiding van het onderhavige feit. Het hof zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging daarom, mede gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, afwijzen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van Amsterdam van 21 november 2016 in de zaak met parketnummer 13-215090-16 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week. Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van Amsterdam van 24 maart 2017 in de zaak met parketnummer 13-239800-16 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 oktober 2018. […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.