beschikking __________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer: 200.224.745/ 01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 1 februari 2018 inzake 1 [A] , wonende te [...] , 2. de rechtspersoon naar het recht van Luxemburg SAFREC S.A. SPF, gevestigd te Luxemburg, Luxemburg, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RENKEN B.V., gevestigd te Heeswijk Dinther, gemeente Bernheze, VERZOEKERS, advocaat: mr. C.M. van der Corput en mr. E.J.M. Vannisselroy, beiden kantoorhoudende te Veldhoven, t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROPA LEASING B.V., gevestigd te Rotterdam, 2. de naamloze vennootschap [B] , gevestigd te [...] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GROND-, WEG- EN WATERBOUW VAN DER MADE B.V., gevestigd te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [C] , gevestigd te [...] , 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TEDAB B.V., gevestigd te Nederweert, advocaten: mr. L.L.M. Prinsen en mr. H.G.A.M. Spoormans, beiden kantoorhoudende te Breda, 6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DER MADE INFRA B.V., gevestigd te Tiel, advocaat: mr. J.C. van der Tak, kantoorhoudende te Bergen op Zoom, VERWEERSTERS, e n t e g e n 1. de naamloze vennootschap naar het recht van België, BAJA N.V., gevestigd te Kapellen, België , 2. [D], wonende te [...] , advocaten: mr. L.L.M. Prinsen en mr. H.G.A.M. Spoormans, beiden kantoorhoudende te Breda, 3. de rechtspersoon naar het recht van Luxemburg PROMA S.A., gevestigd te Bertrange, Luxemburg 4. de stichting naar het recht van Curaçao CHISINAU PRIVATE FOUNDATION, gevestigd te Curaçao, advocaten: mr. T.S. Jansen, mr. W. Vader en mr. A. Spaargaren, allen kantoorhoudende te Amsterdam, 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PACHANGA B.V., gevestigd te Heeswijk Dinther, gemeente Bernheze, 6. [E], wonende te [...] 7. de rechtspersoon naar het recht van Luxemburg ECSA S.A. SPF, gevestigd te Luxemburg, Luxemburg, advocaat: mr. J.C. van der Tak, kantoorhoudende te Bergen op Zoom, BELANGHEBBENDEN. 1. Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid: - verzoekers ieder afzonderlijk met [A] , Safrec en Renken en gezamenlijk met [A] c.s.; verweerster sub 1 met Europa Leasing; verweerster sub 2 met [B] ; verweerster sub 3 met GWW; verweersters 3 tot en met 5 gezamenlijk met GWW c.s.; verweerster sub 6 Infra; verweersters sub 1 tot en met 6 gezamenlijk met Europa Leasing c.s.; belanghebbende sub 1 Baja; belanghebbende sub 2 [D] ; belanghebbende sub 3 Proma; belanghebbende sub 4 Chisinau; belanghebbende sub 5 [E] belanghebbende sub 6 Pachanga; belanghebbende sub 7 Ecsa. 1.2 [A] c.s. hebben bij op 5 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift, met producties 1 tot en met 51, de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Europa Leasing c.s. over de periode vanaf januari 2009. Daarbij hebben zij tevens verzocht – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding: Baja te schorsen als bestuurder van Europa Leasing, [D] te schorsen als feitelijk en indirect bestuurder van Europa Leasing en de onderliggende vennootschappen, een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Europa Leasing en de onderliggende vennootschappen en te bepalen dat de kosten ten laste komen van Europa Leasing; Pachanga te schorsen als bestuurder van Infra, een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Infra en te bepalen dat de kosten ten laste komen van Infra; de aandelen in het kapitaal van Infra over te dragen aan GWW, althans aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder, althans het stemrecht verbonden aan die aandelen te schorsen, althans zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van [D] en [E] hoofdelijk, in de kosten van het geding. 1.3 Europa Leasing, [B] , GWW c.s., Baja en [D] hebben gezamenlijk bij op 31 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, met producties 1 tot en met 11, geconcludeerd – naar de Ondernemingskamer begrijpt – tot niet-ontvankelijkheid van [A] c.s. in hun verzoek, althans tot afwijzing van het verzoek. 1.4 Infra, Pachanga, [E] en Ecsa hebben gezamenlijk bij op 31 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, met producties a tot en met f, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [A] c.s. in hun verzoek, althans tot afwijzing van het verzoek. 1.5 Proma en Chisinau (hierna: Proma c.s.) hebben bij op 31 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, met producties 1 tot en met 3, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [A] c.s. in hun verzoek, althans tot afwijzing van dat verzoek en verzocht [A] c.s. te veroordelen in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad. 1.6 Bij brief van 31 oktober 2017 heeft de Ondernemingskamer mr. Van der Corput en mr. Vannisselroy in de gelegenheid gesteld zich namens [A] c.s. op voorhand schriftelijk uit te laten over de stelling van onder meer Proma c.s. dat [A] , anders dan in het verzoekschrift wordt gesteld, geen aandelen in Proma houdt. 1.7 Bij e-mail van 6 november 2017 heeft de Ondernemingskamer namens [A] c.s. een schriftelijke uitlating ontvangen. Bij e-mail van gelijke datum heeft mr. Jansen daarop gereageerd. Bij brief van 6 november 2017 heeft de Ondernemingskamer partijen bericht geen acht te zullen slaan op het van [A] c.s. ontvangen stuk, omdat de inhoud ervan het kader van de verzochte toelichting te buiten gaat. Bij e-mail van 7 november 2017 hebben mr. Van der Corput en mr. Vannisselroy tegen die beslissing bezwaar gemaakt en verzocht het processtuk alsnog aan het procesdossier toe te voegen, althans een onderdeel daarvan. 1.8 De Ondernemingskamer heeft bij brief van 7 november 2017 bericht bij haar (hiervoor in 1.7 weergegeven) beslissing te blijven, nu het ingediende stuk (34 pagina’s omvattend) een beduidend verdergaande strekking heeft dan de (hiervoor onder 1.6 vermelde) verzochte toelichting. 1.9 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 9 november 2017. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en, wat mr. Van der Corput betreft, onder overlegging van de op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties 52 tot en met 93. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. 2De feiten 2.1 Europa Leasing, die als statutaire doelomschrijving onder meer heeft het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van andere ondernemingen, houdt alle aandelen in [B] . [B] houdt op haar beurt alle aandelen in GWW c.s. De aandelen in Infra worden thans gehouden door Pachanga. De bedrijfsactiviteiten van [B] en haar dochtervennootschappen en van Infra betroffen dan wel betreffen de aanneming van werk op het gebied van grond-, weg- en waterbouw. 2.2 Enig aandeelhouder van Europa Leasing is Proma, een Luxemburgse vennootschap. Bestuurder van Europa Leasing is de vennootschap naar Belgisch recht Baja. 2.3 Bestuurder van [B] is Europa Leasing; bestuurder van GWW c.s. is (steeds) [B] . 3De gronden van de beslissing Beroep op onbevoegdheid c.q. afstand van recht in verband met de overeenkomst van 20 juli 2016 3.1 Op 20 juli 2016 hebben [D] , “eventuele andere [F]”, Pachanga, [E] Renken en [A] een overeenkomst gesloten (ook wel aangeduid als de vrijwaringsovereenkomst) waarin onder meer is bepaald dat [E] en Pachanga en [A] en Renken, [D] nimmer zullen aanspreken “ter zake het als bestuurder danwel als mede aandeelhouder gevoerde beleid in [Europa Leasing], de [G] , waarbij partijen betrokken zijn”, dit zowel voor onderwerpen en geschillen ontstaan vóór als na datum van de ondertekening van de bewuste overeenkomst (artikel 2). De overeenkomst kent voorts een bevoegdheidsbepaling, inhoudende dat geschillen “die verband houden met of voortvloeien uit” de overeenkomst moeten worden voorgelegd aan de rechtbank Oost-Brabant (artikel 6). Voor zover verweersters bedoeld hebben te betogen dat de Ondernemingskamer vanwege (een van) deze bepalingen onbevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen dan wel dat [A] c.s. afstand hebben gedaan van het recht een enquête te doen gelasten, verwerpt de Ondernemingskamer dat betoog. Voor wat betreft het beroep op onbevoegdheid geldt dat de door de wettelijke regeling van het enquêterecht aan de Ondernemingskamer ter zake toegekende bevoegdheden niet aan die kamer kunnen worden ontnomen. Voor wat betreft de bepleite afstand van recht geldt dat de overeenkomst zoals deze op schrift is gesteld niet anders valt te lezen dan dat deze betrekking heeft op de aansprakelijkheid van [D] en er geen aanknopingspunten zijn die erop wijzen dat partijen tevens het oog hebben gehad op het instellen van een enquêteprocedure. Reeds om die reden faalt derhalve ook het beroep op afstand van recht, wat daar verder ook van zij. Ontvankelijkheid 3.2 Verweersters hebben zich alle beroepen op de niet-ontvankelijkheid van [A] c.s. in hun verzoek omdat [A] c.s. naar hun stelling geen enquêtebevoegdheid toekomt. Voor zover dit beroep ziet op Safrec en Renken gaat dit verweer op, reeds op de grond dat ten aanzien van deze vennootschappen enkel is gesteld dat zij ieder een personal holding van [A] zijn. Dat geeft hen echter nog niet de bevoegdheid een enquêteverzoek in te dienen jegens Europa Leasing c.s. Voor zover het bewuste beroep ziet op de ontvankelijkheid van [A] hebben verweersters allereerst betoogd dat [A] , anders dan hij stelt, geen aandeelhouder in Proma is geworden, en voorts dat – zou dat al wel zo zijn – hij evenmin ontvankelijk is in zijn verzoek nu het enquêteverzoek niet op Proma ziet maar op Europa Leasing en niet “door Proma kan worden heen gekeken”. 3.3 Partijen hebben in het kader van de onderhavige procedure inhoudelijk gediscussieerd over het gestelde aandeelhouderschap van [A] in Proma. Deze kwestie is ook onderwerp van een kort geding en een bodemprocedure in Luxemburg. Bij brief van 29 december 2017 heeft mr. Spoormans de uitspraak in de Luxemburgse kort geding procedure aan de Ondernemingskamer toegezonden. Mr. Van der Corput heeft hiertegen geprotesteerd aangezien de zaak inmiddels voor beschikking stond. 3.4 De Ondernemingskamer zal in het navolgende de Luxemburgse uitspraak buiten beschouwing laten en er veronderstellenderwijs van uitgaan dat [A] , zoals hij stelt, 50% van de aandelen in Proma heeft verworven. 3.5 De volgende omstandigheden neemt de Ondernemingskamer in aanmerking bij de behandeling van het niet-ontvankelijkheidsberoep als verwoord onder 3.2, slot. 3.6 [A] en [E] zijn broers (tezamen hierna ook: de broers). Zij zijn zo’n 30 jaar geleden samen een aannemersbedrijf gestart. Inmiddels is dat uitgegroeid tot [B] met GWW c.s. als dochtervennootschappen (Infra was een dochter van GWW en is onlangs aan [E] verkocht). Zoals vermeld onder 2.1 en 2.2 houdt Europa Leasing alle aandelen in [B] en houdt Proma alle aandelen in Europa Leasing. Partijen twisten erover wie de aandelen in Proma houdt: volgens [A] c.s. houdt [A] 50% van de aandelen in Proma en zijn de overige aandelen in handen van Chisinau, een Curaçaose stichting; volgens verweersters en belanghebbenden houdt Chisinau alle aandelen in Proma. 3.7 Aan een tussen de broers en [D] gesloten, op 18 februari 2009 gedateerde, overeenkomst met opschrift “Overeenkomst strekkende tot vastlegging van de werkelijkheid tussen partijen en kwijtschelding” (hierna ook: de Overeenkomst vastlegging) heeft de Ondernemingskamer omtrent de historie van het bedrijf van de broers het volgende ontleend: i. Op 20 december 2004 hebben de broers ieder 50% van de aandelen in Proma gekocht. Verkoper van die aandelen was [D] . Of de broers voor die aandelen hebben betaald en, zo ja, hoeveel, vermeldt de bewuste overeenkomst niet en daaromtrent is verder ook niets gesteld. ii. Medio februari 2007 zou het aandelenkapitaal in Proma gewijzigd zijn in 1000 aandelen aan toonder; ieder van de broers zou 500 van die aandelen verkregen hebben. iii. “Door een wijziging van het aandeelhoudersregister” hebben de broers op enig moment (in de Overeenkomst vastlegging staat niet wanneer dit zou zijn gebeurd) de aandelen Proma (terug) overgedragen aan [D] . Op het bewuste moment konden “partijen” de toonderaandelen “niet vinden”. Volgens de Overeenkomst vastlegging hebben de broers echter “nimmer de werkelijke bedoeling gehad” de aandelen Proma aan [D] (terug) over te dragen. In de bewuste overeenkomst valt over die overdracht evenwel ook het volgende te lezen: “De achtergrond van voormelde overdracht is gelegen in volgens [de broers] bestaande zorg dat de fiscus in Nederland hen bespringt met naar hun overtuiging niet terechte fiscale claims die nog groter zouden kunnen worden dan op dit moment al het geval is. Daarnaast maken [de broers] zich ernstig zorgen over het voortbestaan van hun onderneming.” En ook: “Het uitsluitend doel van de aandelenoverdracht van [de broers] aan [ [D] ] is gelegen in het onzichtbaar maken van het belang van [de broers] in [Proma] en daarmee hun vermogen te beschermen waaraan [D] zijn medewerking wil verlenen.” Of [D] in verband met de bewuste overdracht iets aan de broers heeft betaald valt in de Overeenkomst vastlegging niet te lezen en daaromtrent is verder ook niets gesteld. Wel valt in de Overeenkomst vastlegging te lezen dat voor de uitoefening van aan de persoonlijke Luxemburgse vennootschappen van de broers (Safrec van [A] en Esca van [E] ) verleende optierechten ter zake van terugkoop van de aandelen Proma door ieder van die vennootschappen een bedrag van € 2.500.000,- aan [D] betaald moet worden. In de Overeenkomst vastlegging is hieromtrent echter ook bepaald dat via diverse kwijtscheldingen “de prijs voor de koopoptie voor de aandelen door de beide vennootschapen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.