afdeling strafrecht parketnummer: 23-000699-18 datum uitspraak: 9 oktober 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld namens de verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-252135-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, postadres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 8 december 2017 tot en met 13 december 2017 in de gemeente Enkhuizen (NH) en/of (elders) in Nederland opzettelijk een bestelauto (merk Peugeot) en/of een geldbedrag van (ongeveer) vijftig euro, geheel of ten dele toebehorende aan restaurant [naam 1] vof en/of [naam 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welke bestelauto en/of welk geldbedrag aan verdachte ter beschikking werd gesteld om bestellingen/maaltijden te bezorgen en (aldus) anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe -naar het hof begrijpt- aangevoerd dat van wederrechtelijke toe-eigening geen sprake is geweest nu de verdachte de auto mocht lenen van aangeefster. Het hof overweegt daaromtrent het volgende. Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte in de periode van 8 december 2017 tot en met 13 december 2017 een auto, toebehorend aan restaurant [naam 1], onder zich heeft gehad. Het betrof de bedrijfsauto waarmee bestellingen werden bezorgd. Aangeefster [naam 2] heeft verklaard dat zij de bedrijfsauto, een maaltijd en een portemonnee met wisselgeld aan de verdachte ter beschikking heeft gesteld om daarmee een bestelling te bezorgen. Zij heeft binnen enkele uren nadat verdachte de auto had meegenomen de politie gebeld om aangifte te doen van verduistering. Het feit in aanmerking nemend dat het de bedrijfsauto betrof waarmee bestellingen werden bezorgd, acht het hof de door de verdediging aangevoerde alternatieve verklaring dat zij de auto aan de verdachte zou hebben uitgeleend, volstrekt ongeloofwaardig. Dat sprake zou zijn geweest van een misverstand, zoals de verdachte ter zitting heeft betoogd, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Nu het handelen van de verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zonder meer duidt op verduistering, wordt het verweer verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 8 december 2017 in de gemeente Enkhuizen opzettelijk een bestelauto en een geldbedrag, toebehorende aan restaurant [naam 1] v.o.f. en/of [naam 2], en welke bestelauto en welk geldbedrag aan verdachte ter beschikking werden gesteld om een bestelling te bezorgen en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: verduistering. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen en maatregel De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft een bestelauto en een geldbedrag verduisterd die hij in verband met bezorgwerkzaamheden bij restaurant [naam 1] onder zich had. De verdachte heeft misbruik gemaakt van het vertrouwen van aangeefster die bereid was hem in dienst te nemen als bezorger. Bovendien heeft hij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het gedupeerde restaurant en gezorgd voor overlast en ergernis. Het hof rekent dit de verdachte aan. Anderzijds houdt het hof bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. De verdachte leeft met zijn twee honden op straat. Doordat hij de honden, die hem zeer dierbaar zijn, niet wil afstaan, heeft hij moeite om een woning of verblijfplaats te vinden. Mede door zijn financiële situatie bestaat er geen mogelijkheid voor de verdachte om zijn honden ergens op te laten vangen of achter te laten. De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de situatie rond de verdachte buitengewoon lastig en zorgelijk is, dat de verdachte hulp nodig heeft maar dat hij over te weinig probleemoplossend vermogen beschikt om die hulp te aanvaarden. Een geheel voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een reclasseringstoezicht is in zijn belang. Het hof ziet in het voorgaande aanleiding om de raadsman in zoverre te volgen dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering. Daarnaast zal de verdachte worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren. Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Vordering van de benadeelde partij Restaurant [naam 1] v.o.f. De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 610,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.