15/185505-18 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979, wonende te [adres], thans verblijvende in het huis van bewaring Zaanstad te Westzaan, tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 26 september 2018, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 27 september 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadvrouw mr. J.A. van der Lem. Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust. Het hof sluit zich voor wat betreft de ernstige bezwaren en de gronden aan bij de motivering van de rechtbank bij het bevel gevangenhouding. Met betrekking tot het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof verder dat voorlopige hechtenis mede gegrond op de geschokte rechtsorde zich niet verdraagt met een schorsing van die voorlopige hechtenis, tenzij er sprake is van uitzonderlijke zwaarwegende persoonlijke belangen van de verdachte bij invrijheidstelling. Daarvan is niet gebleken, terwijl de verdachte in zijn gedrag onvoorspelbaar is gebleken en daarmee een potentieel gevaar oplevert. De enkele omstandigheid dat de medeverdachten niet (langer) in voorlopige hechtenis zouden verblijven maakt niet dat – voor zover de raadsvrouw dat heeft willen betogen – er sprake is van een schending van het gelijkheidsbeginsel nu het hof niet is gebleken van rechtens relevante gelijke gevallen. 15/185505-18 De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 24 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. P.F.E. Geerlings en D.J.P. van Barneveld, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 24 oktober 2018, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.