15/031580-18 (15/170362-18 ttz gev) GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992, wonende te [adres], thans verblijvende in het huis van bewaring PI Limburg Zuid - De Geerhorst, tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 25 september 2018, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. In raadkamer heeft de raadsman van de verdachte nader toegelicht dat het hoger beroep zich ook richt tegen het op dezelfde terechtzitting gegeven bevel gevangenneming ter zake van het feit met parketnummer 15/170362-18. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 28 september 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. M.M.J. Nuijten. Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust. Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken lijkt het aannemelijk dat bij de feiten waarvoor de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt (psychische) problematiek een rol heeft gespeeld. Bij het ontbreken van een duidelijke diagnostiek is het hof van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans nog niet voordoet. Het vorenstaande betekent ook dat schorsing van de voorlopige hechtenis niet verantwoord is zolang er onvoldoende inzicht is in bovengenoemde (psychische) problematiek. Niet is dan namelijk vast te stellen of het duidelijk aanwezige recidivegevaar voldoende door het stellen van schorsingsvoorwaarden kan worden ingeperkt. 15/031580-18 (15/170362-18 ttz gev) De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 24 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. P.F.E. Geerlings en D.J.P. van Barneveld, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 24 oktober 2018, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.