15/190719-18 GERECHTSHOF AMSTERDAM, MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in het huis van bewaring PI Rijnmond, De Schie te Rotterdam, tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 10 oktober 2018, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 15 oktober 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. A. de Visser. Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan. De beoordeling Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust, met uitzondering van de grond vluchtgevaar. Deze kan komen te vervallen. Het hof acht ernstige bezwaren aanwezig voor het medeplegen van een diefstal met geweld. De verdachte is aangehouden als bestuurder van het voertuig waarin de overvallers lijken te zijn vertrokken. In voornoemd voertuig zijn goederen aangetroffen die bij de inbraak zijn weggenomen. De verdachte had bloedvlekken op zijn bovenkleding. Hij heeft ten slotte zelf verklaard dat hij in de woning is geweest, wapens heeft gezien en spullen heeft aangepakt en naar de auto heeft gebracht. Nu het hof ernstige bezwaren aanwezig acht voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit (een gewelddadige woningoverval in de nachtelijke uren), acht het hof de 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) aanwezig. Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen. 15/190719-18 De beslissing Het hof: WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beschikking is gegeven op 24 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door mr. J.L. Bruinsma, voorzitter, mrs. P.F.E. Geerlings en D.J.P. van Barneveld, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Amsterdam, 24 oktober 2018, de advocaat-generaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.