beschikking ___________________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummers: 200.182.438/01 OK en 200.190.772/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 18 oktober 2018 in de zaak met zaaknummer: 200.182.438/01 OK van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIEN HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER, advocaat: voorheen mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, kantoorhoudende te Amsterdam, thans mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRIEN HOLDING B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER, advocaat: voorheen mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, kantoorhoudende te Amsterdam, thans mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken, kantoorhoudende te Amsterdam, e n t e g e n 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MIJN HOEK B.V. (voorheen genaamd PLIEN B.V.), gevestigd te Amsterdam, BELANGHEBBENDE, advocaat: voorheen mr. M.H.J. Langerak, kantoorhoudende te Utrecht, thans mr. M. Manders, kantoorhoudende te Amsterdam, 2 [A] , wonende te [....] , BELANGHEBBENDE, advocaten: voorheen mr. M.J. Elkhuizen en mr. Jonker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen, en in de zaak met zaaknummer 200.190.772/01 OK van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GRAVIER E. BEHEER B.V., gevestigd te Koggenland, 2. [B], wonende te [....] , 3. [A], wonende te [....] , VERZOEKERS, advocaat: mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken, kantoorhoudende te Amsterdam, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GRAVIER E. BEHEER B.V., gevestigd te Koggenland, VERWEERSTER, niet verschenen in haar hoedanigheid van verweerster. 1Het verloop van het geding in beide zaken 1.1 Partijen en andere betrokkenen zullen hierna als volgt worden aangeduid: Prien Holding B.V. als Prien Holding; Mijn Hoek B.V. als Mijn Hoek; [A] als [A] ; [B] als [B] ; Gravier E. Beheer B.V. als Gravier. 1.2 Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.182.438/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 24 december 2015, 11 februari 2016 en 15 februari 2016 in deze zaak. Voor het verloop van het geding in de zaak met zaaknummer 200.190.772/01 OK verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 9 juni 2016 in deze zaak. 1.3 Bij de beschikking van 11 februari 2016 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Prien Holding vanaf 1 januari 2015, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Prien Holding benoemd en bepaald dat de aandelen in Prien Holding – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon. Bij beschikking van 15 februari 2016 zijn mr. M. Wolters (verder: Wolters) als bestuurder en dr. mr. C.B. Schutte (verder: Schutte) als beheerder van aandelen zoals bedoeld in beschikking van 11 februari 2016 aangewezen. 1.4 Bij beschikking van 9 juni 2016 heeft de Ondernemingskamer – voor zover van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Gravier over de periode vanaf 1 januari 2014, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding Wolters tot bestuurder van Gravier benoemd en bepaald dat de aandelen in Gravier - met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders - ten titel van beheer zijn overgedragen aan Schutte. 1.5 Mijn Hoek en [B] hebben bij brief van 5 juli 2018 van mr. Manders de Ondernemingskamer verzocht een onderzoeker aan te wijzen die het beleid en de gang van zaken van Prien Holding zal onderzoeken met inachtneming van alle informatie die noodzakelijk is om te komen tot een volledig beeld van de gang van zaken en het beleid van Prien Holding. 1.6 Bij e-mail van 12 juli 2018 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer (de advocaten van) partijen, Wolters en Schutte in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek van Mijn Hoek en [B] . Dezelfde dag heeft mr. Elkhuizen per e-mail aan de Ondernemingskamer bericht dat hij niet meer optreedt voor [A] maar dat hij de email wel zal doorsturen aan [A] . Eveneens bij e-mail van 12 juli 2018 heeft Wolters aan de Ondernemingskamer bericht dat mr. Sinninghe Damsté en mr. Elkhuizen niet langer als advocaat bij de zaak betrokken zijn, dat voor [A] thans optreedt mr. R. Jonker en dat voor de vennootschap mr. van Tuyll van Serooskerken optreedt. 1.7 Bij brieven van 17 en 19 juli 2018 heeft mr. Jonker bericht dat hij niet langer voor [A] optreedt en dat [A] zelf zijn standpunt ten aanzien van de brief van mr. Manders aan de Ondernemingskamer kenbaar zal maken. 1.8 Bij brief van 24 juli 2018 heeft [A] onder andere bericht aan de Ondernemingskamer dat hij de Ondernemingskamer verzoekt het verzoek bedoeld onder r.o. 1.5 af te wijzen. In de brief staat onder andere: “The only aim of [B] is to disrupt the activities of the officials appointed by the Court, enforce a bankruptcy of both Dutch joint ventures and enforce them to inactivity and their removal. Due to only my funding, with the greatest difficulty I have to add, of Prien Holding and Gravier (…) in 2016, 2017 and early 2018, that did not happen yet. Unfortunately, I have, however, no more personal funds available.” 1.9 Bij brief van 26 juli 2018 heeft Schutte zich op het standpunt gesteld dat het raadzaam is één onderzoeker aan te wijzen met betrekking tot het beleid en de gang van zaken van zowel Prien Holding als Gravier. Volgens Schutte is er geen grond om het onderzoek uit te breiden zoals mr. Manders in haar brief van 5 juli 2018 beoogt. 1.10 Bij brief van 27 juli 2018 heeft Wolters de Ondernemingskamer onder andere bericht - dat Prien Holding op dit moment over onvoldoende liquiditeiten beschikt om aan haar verplichtingen jegens haar schuldeisers te kunnen voldoen en dat Prien Holding niet in staat is zekerheid te stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek en - dat Wolters reeds een registeraccountant, drs. E. Marseille R.A (verder: Marseille), heeft ingeschakeld om met name de schuldverhoudingen tussen Prien Holding en haar dochters, alsmede Gravier en haar dochter enerzijds en de beide UBO’s en aan hen gelieerde personen anderzijds te onderzoeken en dat het de vraag is wat de meerwaarde van een onderzoeker is naast het door Marseille reeds verrichte onderzoek en dat benoeming van Marseille als onderzoeker efficiency voordelen heeft. In de brief heeft Wolters verder nog een overzicht van de ontwikkelingen bij Prien Holding (sinds februari 2016) en bij Gravier (sinds juni 2016) opgenomen. 1.11 Bij brief aan de Ondernemingskamer van 19 september 2018 hebben Mijn Hoek en [B] gereageerd op de brief van [A] van 24 juli 2018, hebben zij de Ondernemingskamer verzocht een onderzoeker aan te wijzen en hebben zij bericht dat “ Mijn Hoek B.V. is willing to support the corresponding cost” en “we also ask the court to declare void the POA given by Mr. Wolters and Turksema to the Spanish lawyer Tomás Vázquez Lepinette”. 1.12 Bij brief van 19 september 2018 heeft mr. Manders aan de Ondernemingskamer onder andere bericht - dat Mijn Hoek aanbiedt de kosten van de onderzoeker integraal te betalen onder de voorwaarde dat het vooruit betalen van dit bedrag als zodanig zal worden geregistreerd in de boekhouding van Prien Holding; - dat Mijn Hoek en [B] de Ondernemingskamer verzoeken tot benoeming van een onafhankelijke en tot op heden niet bij het geschil betrokken onderzoeker over te gaan; en - dat het voorstel van Schutte om Gravier bij het onderzoek te betrekken, door Mijn Hoek en [B] wordt onderschreven. 1.13 Bij brief van 26 september 2018 heeft [A] aan de Ondernemingskamer onder andere bericht: “Based on the above, I strongly oppose against the appointment of an investigator, and urge and recommend your Court to decline the request of [B] , c.q. at the very least to precondition a possible appointment of an investigator as indicated above.” 1.14 Eveneens bij brief van 26 september 2018 heeft Wolters zich op het standpunt gesteld - dat het verzoek om een onderzoeker ten aanzien van Prien en Gravier aan te wijzen toewijsbaar is; en - dat de in 2016 gewezen beschikkingen onvoldoende handvatten geven aan de onderzoeker voor een zinvol onderzoek en dat alleen de kwestie met betrekking tot de precieze omvang van de schuldverhouding tussen Prien Holding en haar dochters, alsmede Gravier en haar dochter enerzijds en de beide UBO’s en gerelateerde personen anderzijds zich voor een onderzoek lenen en dat het hem niet zinvol lijkt om het beleid van Wolters en Schutte te onderzoeken. Wolters heeft onder het kopje “Belview” in zijn brief geschreven dat het onderzoek ten aan zien van de Argentijnse onroerend goed transacties door de Zwitserse dochter van Prien Belview GmbH (hierna: Belview) zich dient uit te strekken tot de jaren 2008 tot en met 2018. Onder het kopje “132 M LLC” heeft Wolters geschreven dat het onderzoek ten aanzien van 132 M LLC zich ook dient uit te strekken tot de jaren 2011 tot en met 2018. 1.15 Bij e-mail van 28 september heeft de secretaris van de Ondernemingskamer (de advocaten van) partijen, Wolters en Schutte in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brieven van [A] en Wolters. 1.16 Bij brief van 1 oktober 2018 heeft Schutte aan de Ondernemingskamer onder andere bericht dat hij zich kan verenigen met de aanvaarding door Wolters namens Prien Holding van het aanbod van Mijn Hoek om de kosten van een te benoemen onderzoeker te betalen met registratie van die betalingen in de boeken van de vennootschap, dat hij het verzoek van Wolters onderschrijft het onderzoek te doen uitstrekken tot 2008 en dat hij het eens is dat de Argentijnse investeringen via Belview en de (gedeeltelijke) herinvestering van opbrengsten daarin in Peru, met alle voorshands reeds gebleken onzakelijke transacties en onttrekkingen daaromheen, een integraal onderzoek rechtvaardigen naar het algehele beleid van Prien Holding en Gravier te rekenen vanaf 2008. Verder heeft hij voorgesteld om in een benoemingsbeschikking ook uitdrukkelijk de vooruitbetaling door Mijn Hoek B.V. van de kosten aan de onderzoeker (te beginnen met een eerste voorschot binnen een vastgestelde termijn) als voorwaarde te verbinden aan de benoeming en aanvang van werkzaamheden. 1.17 Bij brief van 4 oktober 2018 heeft mr. Manders aan de Ondernemingskamer onder andere bericht dat Mijn Hoek en [B] het eens zijn met de constatering van Wolters dat de belangrijkste taak van een te benoemen onderzoeker zal zijn het vaststellen van de precieze schuldverhoudingen tussen Prien Holding en haar dochters, alsmede Gravier en haar dochter enerzijds en de beide UBO’s en gerelateerde personen anderzijds. Verder staat in de brief: “Cliënten verzoeken Uw college – vanwege de op voorhand vaststaande kennelijke onredelijkheid van het voornemen van dhr. Wolters dhr. [B] als bestuurder van Goldvalentin SL te doen aftreden – te bepalen dat dhr. Wolters diens pogingen daartoe staakt totdat onafhankelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Cliënten menen stellig dat onderzoek de disbalans in beeldvorming recht zal zetten. Dhr. [B] stuurt in een separate brief van heden zijn visie op de feiten aan Uw college. De door dhr. Wolters geduide onderdelen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.