afdeling strafrecht parketnummer: 23-004408-17 datum uitspraak: 8 november 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-103619-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een snorfiets te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het tot een enigszins andere strafoplegging komt. Bewijsoverweging De raadsman heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Daartoe heeft hij - kort samengevat - aangevoerd dat de verdachte niet is bevolen om aan de ademanalyse mee te werken, dit is slechts aan hem gevraagd. Nu er geen sprake is van een bevel kan het tenlastegelegde niet worden bewezen. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden geacht nu in het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] is gerelateerd ‘Ik heb voor een derde keer [verdachte] medegedeeld dat hij mee moest lopen om een test te doen’. Dit is voldoende om aan te nemen dat de verdachte een bevel is gegeven als bedoeld in de tenlastelegging. Het hof overweegt als volgt. In het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2017121688-6 van 11 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] is het volgende gerelateerd. Omstreeks 8.00 uur heb ik [verdachte] opnieuw benaderd (…). Ik heb [verdachte] gezegd dat dit niet ging gebeuren en dat ik er was in verband met het alcoholgebruik. Ik heb [verdachte] medegedeeld dat hij met mij mee moest lopen naar het blaasapparaat om zodoende een blaastest af te leggen. Ik hoorde hem zeggen dat hij eerst de collega’s van de aanhouding wilde zien. Ik zag dat hij met gebalde vuisten bleef staan en dat hij van links naar rechts bewoog. Ik vroeg aan [verdachte] of hij mee wilde werken aan het blaasonderzoek. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij mee wilde werken als hij eerst de collega’s van de aanhouding kreeg te zien. Ik herhaalde nogmaals dat dit niet ging gebeuren en dat hij het met mij moest doen. Vervolgens vroeg ik [verdachte] voor een derde keer om mee te lopen naar het blaasapparaat. Ook dit keer herhaalde hij zichzelf en vroeg vervolgens wat er ging gebeuren als hij niet zou meelopen. Ik heb [verdachte] uitgelegd dat dit als een weigering werd gezien en dat zijn rijbewijs ingevorderd zou gaan worden. Hierop reageerde hij door te zeggen dat hij niet weigerde maar eerst met de collega’s van de aanhouding wilde vechten. Ik heb [verdachte] gezegd dat dit niet zo werkte. Vervolgens deed ik de deur geheel open en deed ik een stap opzij om op deze manier [verdachte] te overtuigen en dat hij mee moest lopen. Ik zag dat hij uit de voorgeleidingsruimte stapte en dat hij met gebalde vuisten op de gang bleef staan. Ik sommeerde [verdachte] om verder te lopen. Ik zag dat hij dit niet deed en zei dat de andere collega’s moesten komen. Ik zag dat hij met gebalde vuisten bleef staan. Hierop heb ik herhaald dat hij moest gaan lopen en dat ik anders genoodzaakt was om hem terug te begeleiden naar de voorgeleidingsruimte en dat dit als een weigering werd gezien. Ik zag dat [verdachte] niet reageerde maar om zich heen bleef kijken, kennelijk op zoek naar de aanhoudende collega’s. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de mededelingen van verbalisant [verbalisant] zoals die uit het voorgaande blijken, gelet op inhoud en strekking daarvan kunnen worden aangemerkt als een bevel in de zin van artikel 163, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 als bedoeld in de tenlastelegging. Dat het begrip “bevel” niet letterlijk is gebezigd doet hieraan niet af. Nu uit de (in een eventueel later op te maken aanvulling) te bezigen bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte weigerde zijn medewerking te verlenen aan het ademonderzoek acht het hof, met de advocaat-generaal, het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 juni 2017 te Amsterdam als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een snorfiets te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat; Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.