afdeling strafrecht parketnummer: 23-004515-17 datum uitspraak: 13 september 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 december 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-170114-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Het hof leest het subsidiair ten laste gelegde aldus dat de daarin opgenomen strafbare feiten – kort gezegd de opzetheling van een rolkoffer, een armband, een ring en/of een IPhone – cumulatief zijn ten laste gelegd. De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van de opzetheling van de armband, de ring en de IPhone. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken. Tenlastelegging Aan de verdachte is, voor zover nog inhoudelijk aan de orde, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rolkoffer (merk Enrico Benetti), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; subsidiair:hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een goed te weten een rol koffer (merk Enrico Benetti) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsconstructie komt. Vrijspraak Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet bewezen is hetgeen de verdachte primair ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Bewijsoverweging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het subsidiair ten laste gelegde, omdat niet vastgesteld kan worden dat de koffer een door een misdrijf verkregen goed betrof. De advocaat-generaal heeft dit gemotiveerd bestreden en zich op het standpunt gesteld dat de opzetheling van de rolkoffer wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het hof overweegt als volgt. Bij de verdachte is een zwarte rolkoffer aangetroffen. Aan de koffer hing een prijskaartje waarop stond dat het goed € 105,- kostte. Volgens de verdachte heeft hij de koffer voor € 20,- gekocht van iemand op straat in Rotterdam. Naar het oordeel van het hof kan het niet anders zijn dan dat een goed waaraan nog een prijskaartje/label zit en dat voor een groot prijsverschil door een onbekende man op straat te koop wordt aangeboden, uit een misdrijf afkomstig is. Het verweer wordt daarom verworpen. Voorwaardelijk verzoek Het hof wijst het verzoek tot het horen van de aangever [naam] af nu dit, gelet op hetgeen de raadsman hieraan ten grondslag heeft gelegd en gezien de inhoud van de hierna volgende bewijsmiddelen, niet noodzakelijk wordt geacht. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 31 augustus 2017 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een rolkoffer voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in onderstaande bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsmiddelen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.