afdeling strafrecht parketnummer: 23-000748-18 datum uitspraak: 4 oktober 2018 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 februari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-700381-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, adres: [adres 1]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 11 juni 2016 te Oudkarspel, gemeente Langedijk, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, omstreeks 01:30 uur, in de voor nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een boormachine en/of een telefoon (Samsung s 5), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring, een andere kwalificatie en een andere straftoemeting dan de politierechter. Bewijsoverwegingen Standpunt van de raadsman De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde diefstal van een boormachine en telefoon. De boormachine was eigendom van zijn cliënt; zijn cliënt kan de boormachine dus niet hebben gestolen. Zijn cliënt heeft daarnaast nimmer het oogmerk gehad op wederechtelijke toe-eigening van de telefoon; zijn oogmerk was er slechts op gericht de telefoon tijdelijk mee te nemen om bewijs te vergaren. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om vrijspraak van het ten laste gelegde medeplegen, aangezien er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen zijn cliënt en de medeverdachte. Het oordeel van het hof Met de politierechter en anders dan door de advocaat-generaal betoogd, is het hof van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de diefstal van de boormachine omdat, gezien de omstandigheden waaronder een en ander plaatsvond, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het oogmerk had op wederechtelijke toe-eigening van de boormachine. Anders dan de politierechter heeft geoordeeld, maar in aansluiting op het betoog van de advocaat-generaal en de raadsman, is het hof van oordeel dat de verdachte ook dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. Niet is met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid komen vast te staan dat de verdachte en de mede-verdachte zodanig nauw en bewust hebben samengewerkt dat medeplegen bewezen kan worden verklaard. Wel blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening de telefoon van het slachtoffer heeft weggenomen. Door deze mee te nemen uit de woning van het slachtoffer heeft de verdachte hier als heer en meester over beschikt. Dat de verdachte daarmee naar zijn zeggen het oog had op bewijsvergaring en bij de politie afstand van de telefoon heeft gedaan, maakt dit niet anders. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 juni 2016 te Oudkarspel, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, omstreeks 01:30 uur, in de voor nachtrust bestemde tijd, uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een telefoon (Samsung s 5), toebehorende aan [slachtoffer]. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 70 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 35 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis. De raadsman heeft het hof verzocht, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke werkstraf van maximaal 40 uren met een proeftijd van een jaar, subsidiair een deels onvoorwaardelijke geldboete van maximaal €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.