beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling strafrecht rekestnummer(s): 000847-18 (591 Sv) en 000846-18 (591a Sv) parketnummer in eerste aanleg: 15-660019-12 Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 27 maart 2018 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960, domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K. Versteeg, [adres]. 1Inhoud van het verzoekschrift Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591 Sv van kosten die ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen en waarvan de aanwending het belang van het onderzoek heeft gediend, ten bedrage van € 4.734,
- Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van: kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 70.840,03; kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00, vermeerderd met € 280,00 voor het hoger beroep. 2Procesverloop Het hoger beroep is op 6 juli 2018 ingesteld door verzoeker (hierna appellant). Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 30 november 2018 de advocaat-generaal, appellant en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. 3Beoordeling van het hoger beroep Bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2016 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De rechtbank heeft de verzoeken afgewezen. Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591 Sv Nu geen hoger beroep open staat van een beslissing op de voet van artikel 591 Sv moet appellant in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv Het hoger beroep hiervan is tijdig ingesteld. Het inleidende verzoek is tijdig ingediend. De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 4 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2017:2802 is –anders dan de rechtbank heeft geoordeeld- de omstandigheid dat de rechtsbijstandskosten door de politie zijn gedragen geen beletsel voor toewijzing van het verzoek. Gelet op het voorgaande acht het hof het hoger beroep gegrond. Nu het hoger beroep gegrond wordt geoordeeld zal het hof bevelen hetgeen overeenkomstig de bepalingen der wet had behoren te geschieden. Het hof acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht. 4Beslissing Het hof: Verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek op grond van artikel 591 Sv. Vernietigt de beschikking waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen op het verzoek op grond van artikel 591a Sv en doet in zoverre opnieuw recht. Kent op de voet van artikel 591a Sv ten laste van de Staat aan appellant een vergoeding toe van € 71.670,03 (eenenzeventigduizend zeshonderdzeventig euro en drie cent). Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant. Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, M. Iedema en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 december
- De voorzitter beveelt: de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 71.670,03 (eenenzeventigduizend zeshonderdzeventig euro en drie cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam]. Amsterdam, 14 december 2018, mr. R.D. van Heffen, voorzitter.