beschikking _____________________________________________________________ GERECHTSHOF AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER zaaknummer : 200.228.620/01 OK beschikking van de Ondernemingskamer van 10 december 2018 inzake [A] , wonende te [....] , VERZOEKSTER, advocaat: mr. J. Anema, kantoorhoudende te Amersfoort, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VDL HUIZEN HOLDING B.V., gevestigd te Almere, VERWEERSTER, niet verschenen, e n t e g e n
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] , gevestigd te [....] , niet verschenen,
- [C], wonende te [....] , advocaat: mr. E.R. Jonker, kantoorhoudende te Amersfoort, BELANGHEBBENDEN.
- Het verloop van het geding 1.1 Verzoekster, verweerster en belanghebbenden worden hierna respectievelijk aangeduid als [A] , VDL Huizen Holding, [B] en [C] . 1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 22 maart 2018 en 23 maart
- 1.3 Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VDL Huizen Holding over de periode vanaf 1 januari 2016 en heeft de Ondernemingskamer een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Voorts heeft de Ondernemingskamer, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, – voor zover nodig in afwijking van de statuten – mr. J.G. Molenaar (hierna: Molenaar) benoemd tot bestuurder met beslissende stem en heeft de Ondernemingskamer bepaald dat Molenaar zelfstandig bevoegd is VDL Huizen Holding te vertegenwoordigen, dat zonder Molenaar VDL Huizen Holding niet vertegenwoordigd kan worden en dat het salaris en de arbeidsvoorwaarden van de beide andere bestuurders van VDL Huizen Holding afzonderlijk door Molenaar zullen worden vastgesteld. 1.4 Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 5 december 2018 heeft mr. Anema, in verband met een tussen partijen tot stand gekomen minnelijke regeling waaraan uitvoering is gegeven, namens [A] verzocht het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening te beëindigen. 1.5 De Ondernemingskamer heeft partijen bij e-mail van 5 december 2018 in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek van mr. Anema uit te laten. 1.6 Molenaar heeft bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 5 december 2018 (mede) namens VDL Huizen Holding laten weten geen bezwaar te hebben tegen de beëindiging als verzocht. 1.7 Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 10 december 2018 heeft mr. Jonker namens [B] en [C] bevestigd dat partijen met elkaar een regeling hebben getroffen waaraan uitvoering is gegeven en dat in verband daarmee de enquêteprocedure kan worden beëindigd. 2De gronden van de beslissing Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 22 maart 2018 bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening zal beëindigen, een en ander met ingang van heden. 3De beslissing De Ondernemingskamer: beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 22 maart 2018 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van VDL Huizen Holding B.V.; beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 22 maart 2018 getroffen onmiddellijke voorziening. Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 10 december 2018.