afdeling strafrecht parketnummer: 23-001278-18 datum uitspraak: 3 december 2018 VERSTEK (raadsman niet gemachtigd) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-674226-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres], uit anderen hoofde gedetineerd in [plaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 1 april 2016 tot en met 2 april 2016 juni 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend via chatprogramma Whatsapp, althans via de telefoon, aan voornoemde [slachtoffer] -een video gestuurd waarop te zien is dat (de hand van) verdachte een vuurwapen vasthoudt en doorlaadt en/of -een afbeelding gestuurd waarop te zien dat (de hand van) verdachte een vuurwapen vasthoudt, met direct daaronder het volgende bericht: "Heb iets leuks voor je jongen". Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vrijspraak Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld wie de aangever [slachtoffer] het in de tenlastelegging genoemde beeldmateriaal heeft toegezonden. Om die reden is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. J.J.I. de Jong en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van I.J.A. Barends griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 december 2018. Mr. M. Gonggrijp-van Mourik is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.