afdeling strafrecht parketnummer: 23-001098-18 datum uitspraak: 24 december 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-701448-18 tegen [verdachte] , Geboren op [geboortedatum], land onbekend adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 december 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 19 maart 2018 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen scheerspullen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde winkeldiefstal kan worden bewezen en heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat de verdachte de verpakking van de scheermesjes open heeft gemaakt en de scheermesjes in zijn jas heeft gestopt en dat daarmee de diefstal voltooid is. De reden om tot de diefstal te komen staat niet in de weg aan de conclusie dat sprake is geweest van het plegen van de diefstal. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit nu de verdachte niet het oogmerk had op wederrechtelijke toe-eigening van het goed, maar slechts aandacht wilde vragen voor zijn situatie. Oordeel van het hof Uit de inhoud van het dossier blijkt dat de verdachte in de winkel de verpakking van de scheermesjes heeft opengescheurd en de scheermesjes in zijn zak heeft gestopt, waarna hij is aangesproken door winkelpersoneel. De verdachte had geen geld bij zich en heeft tegen het winkelpersoneel gezegd dat hij niet wilde betalen voor het product. Uit deze omstandigheden en gedragingen, in samenhang bezien, leidt het hof af dat de verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de betreffende scheermesjes had. Dat de verdachte mogelijk ook een ander motief had voor het plegen van de diefstal doet daaraan niet af. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 maart 2018 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen scheerspullen, toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijf]. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert op: diefstal. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek van het voorarrest De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat schade en hinder kan veroorzaken voor de gedupeerde winkelbedrijven. In dit geval heeft de verdachte de verpakking van de scheermesjes opengescheurd waardoor het niet meer kon worden verkocht. Het hof rekent dit de verdachte aan. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 november 2018 is hij eerder meermalen onherroepelijk veroordeeld ter zake van een soortgelijk feit. Het hof weegt dit in het nadeel van de verdachte. Het hof is, alles afwegende, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf en acht een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. C.N. Dalebout en mr. M.B. de Wit, in tegenwoordigheid van D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 december 2018. mr. M.B. de Wit is buiten staat dit arrest te ondertekenen. ========================================================================= proces-verbaal uitspraak _______________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-001098-18 Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 24 december 2018. Tegenwoordig zijn: mr. G. Oldekamp, raadsheer, mr. M.E. van Rijn, griffier. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. J.B. Develing, advocaat-generaal. De raadsheer doet de zaak tegen de verdachte [verdachte] uitroepen. De verdachte is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. Raadsman/raadsvrouw is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats: Tolk is wel / niet aanwezig. (zo ja:) naam tolk en taal: De raadsheer spreekt het arrest uit. De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld. (indien de VTE is verschenen) Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.