afdeling strafrecht parketnummer: 23-004003-17 datum uitspraak: 12 december 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-221540-15 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2018. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: dat een of meerdere (onbekende) personen op of omstreeks 27 november 2014, althans in of omstreeks de maand november 2014, te Schagen en/of Rotterdam, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal 1.000,- euro, althans een geldbedrag (afkomstig van de rekening van gedupeerde [aangever]), heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat voorwerp gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl deze bovengenoemde personen wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middelijk – afkomstig was uit enig misdrijf, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, toen te Kerkrade, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest - door een op haar naam staand bankpasje van de Rabobank (rekeningnummer [rekeningnummer]) een (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) af te staan en/of haar bankrekeningnummer aan een onbekend gebleven persoon kenbaar te maken, die (vervolgens) voornoemd geldbedrag op haar, verdachte’s, rekening kon(den) storten - waarbij (vervolgens) door verdachte en/of die onbekende personen een geldbedrag van in totaal 1.000,- euro, althans een geldbedrag, van die rekening opgenomen kon worden. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 1.000,00 met een proeftijd van twee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.