← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:5104

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002746-17 datum uitspraak: 30 juli 2018 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-095021-17 tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1972, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel, te Ter Apel. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Geen oplegging van straf of maatregel De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor de in eerste aanleg bewezenverklaarde winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel, nu aan de verdachte in een andere zaak inmiddels bij onherroepelijk vonnis de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) is opgelegd. De raadsvrouw heeft zich hierbij aangesloten. Het hof heeft gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit (diefstal van levensmiddelen op 25 mei 2017) en op de persoon van de verdachte. Nu de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 juli 2018 eerder ter zake van soortgelijke zaken onherroepelijk veroordeeld, is er in beginsel aanleiding hem een straf op te leggen, waarbij het hof van oordeel is dat de straf zoals opgelegd door de politierechter een passende straf is. Ter terechtzitting in hoger beroep is echter gebleken dat aan de verdachte bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2018 de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren is opgelegd. Gelet op die omstandigheid en het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, ziet het hof aanleiding de verdachte geen straf of maatregel op te leggen. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht. Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. M. Lolkema en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juli 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.