Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-002829-17 Datum uitspraak: 29 maart 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-741127-17 (A) en 13-684074-17 (B) en 13-689123-17 (C) en 13-689124-17 (D) tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003, adres: [adres]. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-689123-17 (C) primair en subsidiair is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder zaak A primair, zaak B feit 1 tot en met 9 en zaak D ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren met aftrek van het voorarrest, subsidiair 75 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 80 dagen met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, namelijk: het volgen van onderwijs zonder ongeoorloofd schoolverzuim, dan wel anderszins meewerken aan het hebben van een zinvolle dagbesteding; meldplicht bij de reclassering; onderzoek naar de persoon van de verdachte indien en voor zover de reclassering dat nodig acht, mede gelet op de andere onderzoeken die momenteel lopen; meewerken aan een eventueel behandelplan dat voortvloeit uit het eventuele persoonlijkheidsonderzoek. Indien bovenstaande bijzondere voorwaarden worden uitgevoerd in het civiele traject of de GBM-maatregel, dan komen zij te vervallen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het volgende opmerkt en overweegt: de tenlastelegging in het vonnis bevat een kennelijke verschrijving, zaak B feit 8 staat tweemaal opgenomen, waarbij het de tweede keer vermeld staat als feit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.