← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2018:5228

Afdeling strafrecht Parketnummer: 23-000937-17 Datum uitspraak: 23 februari 2018 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13251016-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 6 december 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] (meermalen) op/tegen het hoofd en/of tegen het gezicht te slaan met een flesje. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de camerabeelden van het incident niet blijkt dat de verdachte de aangeefster met een plastic flesje heeft geslagen. De beelden tonen niet dat de verdachte een slaande beweging maakt, de aangeefster vertoont geen reactie waaruit blijkt dat zij geslagen wordt en ook uit de houding van de derde die tussen de aangeefster en de verdachte in staat, is niet af te leiden dat de aangeefster op enig moment geslagen wordt. Mishandeling kan daarom niet overtuigend bewezen worden verklaard en de verdachte moet worden vrijgesproken aldus de advocaat-generaal. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof, samen met de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsvrouw, de beelden van het tenlastegelegde incident bekeken. Op basis van die beelden is het hof, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte de aangeefster heeft mishandeld. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. P.C. Römer en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 februari 2018. mr. P.H.M. Kuster is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.