GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer : 200.249.399/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/627539 HA ZA 17-400 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 april 2019 inzake ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. A.C. Rozeman te Amsterdam, tegen mr. S.M.M. VAN DOOREN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [X] Recycling B.V., kantoorhoudend te [plaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerder in het incident, advocaat: mr. W.A.A.J. Fick-Nolet te ’s-Hertogenbosch. 1Het geding in hoger beroep Partijen worden hierna de bank en de curator genoemd. De bank is bij dagvaarding van 5 oktober 2018 in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis van 11 juli 2018 tussen [Y] Holding B.V. (hierna: [Y] ) als eiseres, de bank als gedaagde en de curator als interveniënt. Bij memorie van grieven heeft de bank van grieven gediend en tevens incidenteel op de voet van artikel 222 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv gevorderd dat de onderhavige zaak wordt gevoegd met de bij dit hof onder zaaknummer 200.249.229/01 tussen [Y] als appellante en de bank en de curator als geïntimeerden aanhangige zaak, met veroordeling van de curator in de kosten van het incident, met rente. De curator heeft daarop in het incident geantwoord en geconcludeerd tot referte, kosten rechtens. Vervolgens is arrest gevraagd in het incident. 2Beoordeling in het incident tot voeging 2.1 De bank heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. De curator heeft zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof. Het komt ook de curator dienstig voor dat beide zaken in één arrest worden beslecht. 2.2 Uit hetgeen de bank heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd. 2.3 De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol van 28 mei 2019 worden verwezen voor memorie van antwoord door de curator. 3Beslissing Het hof: in het incident tot voeging: voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.249.229/01; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 28 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door de curator; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.