← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:1399

afdeling strafrecht parketnummer: 23-001672-17 datum uitspraak: 27 maart 2019 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 mei 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-022734-17 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985, adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart

  1. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: primair: hij, op of omstreeks 4 februari 2017 te Den Helder, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs; subsidiair:hij, op of omstreeks 4 februari 2017 te Den Helder, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Vrijspraak Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 4 februari 2017 te Den Helder als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week met een proeftijd van 2 jaren, een geldboete van € 750,00 subsidiair 15 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Daarnaast heeft de politierechter de in beslag genomen auto verbeurd verklaard. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel en dat de in beslag genomen auto verbeurd wordt verklaard. De verdachte heeft, na te veel alcohol genuttigd te hebben, een personenauto bestuurd. Hierdoor heeft hij zichzelf maar ook andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht. In beginsel zijn de straffen zoals door de politierechter opgelegd, passend en geboden. Ter terechtzitting in hoger beroep is na toelichting door de raadsvrouw evenwel gebleken dat de verdachte zich in overleveringsdetentie bevindt. De rechtbank Amsterdam heeft op 22 januari 2019 de overlevering van de verdachte aan Polen toegestaan ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Een openstaande straf in Nederland vormt een beletsel voor de feitelijke overlevering. Het hof acht het met de advocaat-generaal en de raadsvrouw wenselijk dat de verdachte zo spoedig mogelijk aan Polen zal worden overgeleverd en acht het daarom raadzaam met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht te bepalen dat voor het onderhavige feit geen straf (dan na te noemen bijkomende straf van verbeurdverklaring) of maatregel wordt opgelegd. Het subsidiair ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een personenauto. Het behoort de verdachte toe en zal daarom worden verbeurd verklaard. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen (bijkomende) straf is gegrond op de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Bepaalt dat ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd. Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Personenauto [nummer] (Omschrijving: Alfa). Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 maart
  2. Mr. N.C. Laatsch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.