← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2019:1409

afdeling strafrecht parketnummer: 23-002131-18 datum uitspraak: 23 april 2019 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-072547-18 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedag] 1992, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft tijdens een controle een vervalst Italiaans rijbewijs overhandigd en daarmee getracht zijn identiteit te verhullen. In het maatschappelijk verkeer moet erop vertrouwd kunnen worden dat de werkelijke identiteit van degene die een paspoort, identiteitskaart of rijbewijs in bezit heeft, ook overeenkomt met de identiteit van degene op wiens naam deze documenten zijn gesteld. De verdachte heeft in ernstige mate dit vertrouwen geschonden. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Voor het in het bezit hebben van vervalste documenten geldt als richtlijn het opleggen van een gevangenisstraf van twee maanden. In de onderhavige zaak merkt het hof echter de navolgende omstandigheid als strafverzwarend aan. De verdachte is in 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien maanden. Na ongeveer de helft van deze straf te hebben uitgezeten is aan de verdachte een besluit uitgereikt, op grond waarvan aan hem strafonderbreking werd toegekend onder de voorwaarde dat hij na zijn terugkeer naar Albanië niet naar Nederland zal terugkeren. Bij niet-naleving van deze voorwaarde zou de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf worden hervat. Geconstateerd kan worden dat de verdachte al vrij snel na deze strafonderbreking voornoemde voorwaarde heeft overtreden en dat hij - toen hem in het kader van een multidisciplinaire controle gevraagd werd zich te legitimeren - het vervalste Italiaanse rijbewijs overhandigde aan een verbalisant. Dit maakt het maskeren van zijn werkelijke identiteit des te kwalijker. Dat, zoals door de verdediging naar voren is gebracht, de verdachte de voorwaarde niet zou hebben begrepen acht het hof onaannemelijk, op grond van het overhandigen van het vervalste rijbewijs kan die wetenschap immers worden aangenomen. Anders dan de raadsvrouw ziet het hof in hetgeen de raadsvrouw over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren heeft gebracht geen aanknopingspunt te komen tot geen of een (deels) voorwaardelijke straf. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden. Beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde straf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Clement, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 april 2019. Mr. A.M.P. Geelhoed is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.