beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling strafrecht parketnummer: 23-004939-05 rekestnummer: 001264-18 datum uitspraak: 6 maart 2019 BESCHIKKING gegeven op het verzoekschrift op grond van artikel 577b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend door de veroordeelde: [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1952, adres: [adres] hierna te noemen: verzoeker. Procesgang Aan verzoeker is bij arrest van dit hof van 22 september 2006 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 111.900,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij beschikking van 21 februari 2017 heeft het hof op een eerder verzoek van verzoeker de resterende betalingsverplichting vastgesteld op € 25.000,
- Namens verzoeker is bij een op 25 september 2018 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen verzoekschrift op grond van artikel 577b, lid 2 Sv verzocht thans nog het resterende ingevolge de ontnemingsmaatregel te betalen bedrag van € 23.555,00 kwijt te schelden dan wel te matigen. Het verzoekschrift is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij zijn gehoord verzoeker en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Beoordeling van het verzoek Verzoeker heeft aangevoerd dat hij geen draagkracht heeft om te voldoen aan de betalingsverplichting. Zijn inkomen ligt ver onder het minimum inkomen. Hij heeft medische problemen en is 66 jaar. Hij heeft geen stukken overgelegd die zijn verzoek onderbouwen. Het CJIB heeft in een reactie op het verminderingsverzoek op 17 december 2018 kenbaar gemaakt dat het CJIB zich niet verzet tegen een reductie van de betalingsplicht van verzoeker. Artikel 577b, tweede lid Sv biedt de rechter de mogelijkheid tot vermindering of kwijtschelding van het ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgestelde bedrag. Verzoeker dient dan aannemelijk te maken dat hij niet (meer) in staat is de aan hem opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat te voldoen en ook in de toekomst daaraan niet zal kunnen voldoen. Naar het oordeel van het hof heeft verzoeker geen enkel inzicht gegeven in zijn huidige en toekomstige financiële situatie. Verzoeker heeft daarentegen ter zitting aangegeven dat hij het vervelend vindt om inzage in zijn financiële situatie te geven. Op basis van het voorgaande zijn geen termen aanwezig de (resterende) betalingsverplichting van verzoeker verder te matigen dan wel kwijt te schelden. Het verzoek zal daarom worden afgewezen. Beslissing Het hof: Wijst het verzoek van verzoeker tot vermindering c.q. kwijtschelding van de aan verzoeker opgelegde betalingsverplichting af. Deze beschikking is gewezen door mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart
- Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.