beschikking GERECHTSHOF AMSTERDAM Afdeling strafrecht parketnummer: 23-001433-01 rekestnummer: 000041-19 datum uitspraak: 20 maart 2019 BESCHIKKING gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van 28 november 2018, op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingediend tegen de veroordeelde: [veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] (Suriname) [geboortedag] 1966, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Procesgang Dit gerechtshof heeft bij arrest van 17 maart 2003 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 13.919,
- Deze ontnemingsmaatregel is op 11 februari 2004 onherroepelijk geworden. De advocaat-generaal heeft op 29 november 2018 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c Sv voor de duur van 60 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege - kort samengevat - de omstandigheid dat de veroordeelde onvindbaar is en er nog een te betalen bedrag openstaat van € 7.104,
- Het verzoek is door het hof in raadkamer op 6 maart 2019 in het openbaar behandeld. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, haar advocaat, mr. Aalmoes, en de advocaat-generaal mr. S.M.L.M. Spoor. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de zaak zal worden aangehouden zodat de veroordeelde weer in contact kan treden met het CJIB. Beoordeling van de vordering ex artikel 577c lid 1 Sv. Op grond van de behandeling van de vordering in raadkamer op 6 maart 2019 is het hof van oordeel dat de vordering tot lijfsdwang dient te worden afgewezen. De vordering was gedaan omdat de veroordeelde door haar feitelijke vertrek onvindbaar was. Nu de veroordeelde ter zitting is verschenen en duidelijk is geworden dat zij – in het kader van een andere procedure – de komende periode zal verblijven bij Exodus Nederland te [plaats], bestaat geen aanleiding tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Het hof is bovendien van oordeel dat aanhouding van de behandeling, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, niet op haar plaats is. Indien de veroordeelde alsnog niet aan haar verplichtingen voldoet, staat het de advocaat-generaal vrij opnieuw een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' in te dienen. Beslissing Het hof: Wijst de vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang af. Deze beschikking is gewezen door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. S. Clement en mr. A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit gerechtshof van 20 maart
- Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.