afdeling strafrecht parketnummer: 23-002884-16 datum uitspraak: 8 april 2019 TEGENSPRAAK Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-665182-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] (Suriname) op [geboortedag 1] 1993, thans uit anderen hoofde gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Op de terechtzitting in hoger beroep van 25 maart 2019 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten. Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof acht zich op basis van het huidige procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting op 25 maart 2019 onvoldoende ingelicht om in de onderhavige zaak tot een eindoordeel te kunnen komen en acht het noodzakelijk ter terechtzitting in hoger beroep de volgende getuigen te horen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.